Re-integratie van de zieke werknemer; Nederland, Duitsland en flexicurity
Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/9.1.1:9.1.1 Recapitulatie
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/9.1.1
9.1.1 Recapitulatie
Documentgegevens:
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS576824:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kokkini-Iatridou, p.156-176.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de verklaring van het beschreven re-integratierecht zijn geen vaste methodologische regels te formuleren, in de zin van welke observaties moeten worden gedaan of welke relaties moeten worden gelegd.1
Mijn centrale vraagstelling is:
Is in de huidige Nederlandse arbeidsrechtelijke en werknemersverzekeringsrechtelijke rechten en verplichtingen met betrekking tot re-integratie van de arbeidsongeschikte werknemer rekening gehouden met de relevantste principes van flexicurity, de aangenomen EU-strategie voor werkgelegenheid? Zo niet, hoe kan Nederland daar dan wél rekening mee houden? Levert de Duitse regeling van re-integratie van de arbeidsongeschikte werknemer relevante inzichten op voor de Nederlandse situatie? Zo ja, welke dan?
Bij de beantwoording van een aantal deelvragen is vast komen te staan dat zowel Nederland als Duitsland gebonden zijn aan werkgelegenheids- en arbeidsmarktbeleid, dat in of vanuit de EU wordt gevoerd. Het streven naar flexicurity is zo’n beleid. Daarbij hebben wij vastgesteld dat die flexicuritydoelen relevantie hebben bij de re-integratie van zieke werknemers. Er is gesteld dat Lidstaten rekening moeten houden met flexicuritydoelen bij hun sociale rechtsvorming, maar de wijze waarop staat hen vrij (de OMC), zolang die wijze de sociale rechtvaardigheid bevordert. Die stelling is in § 4.7 verder gespecificeerd: de OMC omvat een beginselentoets en nodig is een flexicuritytoelichting en eventuele toepassing van een daar omschreven voorrangsregel.
De twee deelvragen die in dit hoofdstuk moeten worden beantwoord zijn:
Voldoet de manier waarop re-integratie van zieke werknemers in Nederland in het arbeidsrecht en werknemersverzekeringsrecht is vormgegeven, volgens het toetsingskader, aan dat beleid? Zo ja, hoe; zo nee, waarom niet?
Draagt de manier waarop re-integratie van zieke werknemers in Duitsland in het arbeidsrecht en ‘Sozialrecht’ is geregeld bij aan het bereiken van flexicuritydoelen? Zo ja, hoe?
In dit hoofdstuk worden die vragen beantwoord. De deelvragen vooronderstellen dat het Nederlandse re-integratierecht leidt tot ‘het door actieve bevordering (en herstel of behoud van de mogelijkheid om te werken), met niet-vrijblijvende ondersteuning door of namens de werkgever, bereiken van een zo optimaal mogelijke, duurzame terugkeer van een arbeidsongeschikte werknemer in betaalde arbeid’ (§ 2.4.3). Die vooronderstelling wordt in de volgende paragraaf besproken.