Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/66.7
66.7 Het bestuursrechtelijk geding
mr. dr. A.M.L. Jansen, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. A.M.L. Jansen
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Oost-Brabant 13 november 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:5972, AB 2018/253 en Rb. Oost-Brabant 5 oktober 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:5260, AB 2018/254, beide m.nt. dzz.
De opgelegde last onder dwangsom is inmiddels gesneuveld in hoger beroep, ABRvS 8 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2658, AB 2018/333 m.nt. A.M.L. Jansen. Ik kan mij goed voorstellen dat bij de Bossche bestuursrechters de volgende gedachte postvat: ‘Nu finaliseren we optima forma teneinde het geschil op te lossen door uitdrukkelijk diverse belanghebbenden en het bestuursorgaan daarbij te betrekken, is het nog niet goed; die appelrechter moet wel een beetje meewerken.’ Zoiets.
De burgerlijke lus of burgerlus is een rechtsfiguur die officieel nog niet in de Awb is te vinden maar in de praktijk wel voorkomt. Zie daarover ook de bijdrage van Barkhuysen & Van Emmerik elders in deze bundel.
Veel winst is naar mijn overtuiging te boeken door de klassieke opvatting over de omvang van het geding en de rechterlijke toetsing bij te stellen. Ik zie ook ontegenzeggelijk een samenhang met de NZB, waaraan een actieve opstelling van de rechter inherent is.
Een mooie illustratie van de botsing tussen de exclusiviteit van het bestreden besluit als grenswacht van het geding en de poging geschillen finaal te beslechten en conflicten te beëindigen, biedt een tweetal uitspraken van de rechtbank Oost-Brabant.1 In die uitspraken voorziet de Bossche bestuursrechter zelf door respectievelijk een omgevingsvergunning te verlenen en een last onder dwangsom op te leggen.2
Dat de rechtbank in de ene zaak zelf een vergunning gaat verlenen, is op de zitting besproken. Ook in de andere zaak is op zitting uitgebreid besproken hoe een oplossing te vinden voor alle partijen, derde-belanghebbenden met contraire belangen inbegrepen. Zo overweegt de rechtbank dat zij ‘beseft dat de gevolgen voor [de derde-belanghebbende] groot zijn. Zij dreigt de dupe te worden van het nalaten van verweerder. Maar dat hoeft niet. De rechtbank heeft daarom op de zitting met partijen gesproken over een andere oplossing.’ Vervolgens past de rechtbank een soort dubbele burgerlijke lus toe.3 De rechtbank gaat niet alleen over tot zelf voorzien. Zij verlangt daarnaast actie van partijen, van nota bene de derde-partij en niet van eiser. De rechtbank suggereert wat deze derde-partij bij het bestuursorgaan moet aanvragen en geeft meteen een beslistermijn waarbinnen het bestuursorgaan op die aanvraag moet besluiten, vergezeld van wenken hoe daarop te beslissen. Dezelfde derde moet van de rechtbank ook nog een feitelijke handeling (geluidsonderzoek) verrichten. Daarmee drijft de rechtbank af van een oordeel over het bestreden besluit.
In de geest van de NZB onderzoekt de rechtbank waar het echte conflict in schuilt. ‘Ter zitting heeft hun gemachtigde verteld dat eisers vooral wensen dat er een einde komt aan de geluidsoverlast.’ Met de hier gekozen rekkelijke benadering laat de rechter zich niet dirigeren door de traditionele (buiten)grenzen van het geding, van oudsher toch vooral ingegeven door het bestreden besluit.