Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/1.5.3.1:1.5.3.1 Mandeligheid is een afhankelijk recht
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/1.5.3.1
1.5.3.1 Mandeligheid is een afhankelijk recht
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS486012:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel, zoals Land stelde, in het woord ‘mandeligheid’ zelf niet besloten ligt ‘het denkbeeld van eene bijzondere soort van gemeenschap’1 is geen sprake van
‘de gewone mede-eigendom, welks verdeeling door elk der deelhebbers kan worden gevorderd, en waarbij elk aandeel als voorwerp van rechten en rechtshandelingen kan gelden evenals eene zaak in haar geheel. De bedoeling is, dat de zaak tot gezamenlijk nut der deelhebbers zal dienen en blijven dienen.’2
Dit bijzondere element komt in het huidige Wetboek tot uitdrukking in art. 5:63.
In lid 1 van dit artikel wordt het afhankelijke karakter van mandeligheid vermeld.3 Of, met andere woorden: het onverdeelde aandeel in een mandelige zaak is een afhankelijk recht in de zin van art. 3:7.
In verband met hetgeen is bepaald in art. 5:63 merkt Smalbraak4 opdat deze vorm van mede-eigendom evenals het recht uit een erfdienstbaarheid een ‘kwalitatief karakter’ heeft.5 Het onverdeelde aandeel in de mandelige zaak is zodanig verbonden aan de eigendom van een andere zaak (in de terminologie van het huidige Burgerlijk Wetboek: een ‘erf’) dat het – in beginsel – niet los van dat erf kan worden vervreemd. De verbondenheid aan het erf wordt door Suyling6 aldus verwoord: de mede-gerechtigdheid is een ‘sequeel van den eigendom’ van het erf.