Doorwerking van de beginselen van behoorlijke rechtspleging
Einde inhoudsopgave
Doorwerking van de beginselen van behoorlijke rechtspleging 2010/II.5.2:II.5.2 Plan van aanpak
Doorwerking van de beginselen van behoorlijke rechtspleging 2010/II.5.2
II.5.2 Plan van aanpak
Documentgegevens:
mr. D.W.M. Wenders, datum 27-09-2010
- Datum
27-09-2010
- Auteur
mr. D.W.M. Wenders
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 5 wordt allereerst de inrichting van de bezwaarschriftprocedure op grond van de voorschriften in de Awb, de parlementaire geschiedenis en de in de doctrine bestaande opvattingen beschreven. Tevens wordt aandacht besteed aan de vereisten die in de jurisprudentie in aanvulling daarop of in afwijking daarvan aan de inrichting van de bezwaarschriftprocedure gesteld worden. Zoals eerder aangegeven wordt dit hoofdstuk opgesplitst in verschillende onderdelen: het beginsel van hoor en wederhoor (paragraaf 5.3), de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het bestuur (paragraaf 5.4), het openbaarheidsbeginsel (paragraaf 5.5), de motiveringsplicht (paragraaf 5.6) en de tijdigheid van de besluitvorming (paragraaf 5.7). Per onderdeel wordt de hiervoor beschreven aanpak gehanteerd. In elk onderdeel worden voorts verschillende aspecten onderzocht: 1) de uitwerkingen van de betreffende beginselen in de wettelijke regeling, 2) de grondslag voor de geldende eisen, 3) de ratio of functie van deze eisen. Het onderdeel betreffende de inrichting wordt tot besluit in paragraaf 5.8 afgesloten met een weergave van de voornaamste bevindingen en conclusies inzake de betekenis van de beginselen van behoorlijke rechtspleging voor de inrichting van de bestuurlijke voorprocedures.