Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht
Einde inhoudsopgave
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/4.6.1.1:4.6.1.1 Wetsvoorstel
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/4.6.1.1
4.6.1.1 Wetsvoorstel
Documentgegevens:
mr. F. Veenstra, datum 28-10-2010
- Datum
28-10-2010
- Auteur
mr. F. Veenstra
- JCDI
JCDI:ADS463135:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Denk aan het geval dat een AVA is uitgeschreven tegen 15 dagen waarin een voorstel in stemming wordt gebracht waartegen het verzoek om onmiddellijke voorzieningen is gericht.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
118. In de enquêteregeling dient te worden bepaald dat de mondelinge behandeling ten vroegste plaatsvindt 21 dagen ná de dag waarop het verzoek tot het instellen van een onderzoek en het treffen van onmiddellijke voorzieningen ter griffie van de Ondernemingskamer is ingekomen. Voorts dient in afwijking op art. 282 Rv te worden bepaald dat tegen het verzoek gerichte verweerschriften uiterlijk 13 dagen vóór de dag dat de mondelinge behandeling plaatsvindt, ter griffie inkomen en – voor het geval een verweerschrift een tegenverzoek bevat – tegen dit tegenverzoek gerichte verweerschriften uiterlijk vijf dagen vóór de dag van de mondelinge behandeling. Eventuele verzoeken tot vermeerdering of verandering die daarna worden ingediend (dit kan ook nog op de zitting), zijn alleen ontvankelijk indien alle partijen hiermee instemmen. Het indienen van een verweerschrift vormt een voorwaarde om aan de mondelinge behandeling te mogen deelnemen. Heeft een belanghebbende niet tevoren een verweerschrift ingediend, dan mag hij alleen aan de mondelinge behandeling deelnemen indien alle partijen die wel een verweerschrift hebben ingediend, zich hiertegen niet verzetten.
Indien de Ondernemingskamer de mondelinge behandeling op een langere termijn bepaalt, worden de eerste twee tussentermijnen in onderling gelijke mate verruimd. Een behandeling op een kortere termijn dan 21 dagen (een versnelde behandeling) is eveneens mogelijk. De eerste twee tussentermijnen worden alsdan in onderling gelijke mate verkort. Voorwaarde voor een versnelde behandeling is dat verzoeker de noodzaak daarvan aannemelijk maakt.1 Slaagt verzoe-ker er niet in de Ondernemingskamer van de noodzaak van een versnelde behandeling te overtuigen of oordeelt zij dat een of meer belanghebbenden onevenredig worden geschaad in hun recht op een behoorlijke wijze kennis te kunnen nemen van de schrifturen en hun verweer voor te bereiden, dan wijst zij het verzoek om een versnelde behandeling af.