Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/6.7.4:6.7.4 Equity Insolvency onder UFCA
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/6.7.4
6.7.4 Equity Insolvency onder UFCA
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS405744:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In re Taxman Clothing Co., Inc., 905 F.2d 166 (7th Cir. 1990), p. 168.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ondanks de hiervoor besproken richtlijnen bestaat nog veel onduidelijkheid over de juiste toepassing van de insolventietest. Posner heeft dienaangaande namens het Court of Appeals (7th Cir. 1990) enigszins sarcastisch overwogen: “a ‘fair valuation’, – whatever that means”.1 Aan de onduidelijkheid wordt bijgedragen door het feit dat de insolventietest onder de UFCA iets anders lijkt in te houden dan onder de Bankruptcy Code en de UFTA. Volgens de UFCA moet de rechter vaststellen of “the present fair salable value of [the corporation’s] assets is less than the amount that will be required to pay his probable liability on his existing debts as they become absolute and matured.” Aan deze test wordt vaak gerefereerd als de equity insolvency test. Deze test lijkt de vraag tot uitgangspunt te nemen of de vennootschap in staat zal zijn om aan haar opeisbare verplichtingen te voldoen. Uit relevante rechtspraak blijkt dat de rechters zichtbaar worstelen met de toepassing van deze test, en in het bijzonder met de vraag hoe deze zich verhoudt tot de overige objectieve aantastingsgronden.