Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/3.2.1.2
3.2.1.2 De betekenis van het afgescheiden vermogen voor de vennoten
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS389471:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Van Olffen 7-VII* 2010/179; Janssen 1989, p. 96.
Van Zeben & Du Pon, Boek 3 1981, p. 575.
Wezeman 2003; Mohr 2003-2, p. 215. Vgl. ook HR (Civiele kamer) 3 februari 1956, ECLI:NL:HR:1956:AG2041, NJ 1960/120, m.nt. H.E. Bröring (Hardy): hetzelfde doel dient de inbreng en publicatie van de omvang van de inbreng door een commandiet in een CV.
Zie voor een weergave van de discussie over de functie van het afgescheiden vermogen Slagter, GS Personenassociaties II.I.10.2 (online, laatst bijgewerkt op 1 oktober 2008).
Grooten 1929, p. 34.
Steneker 2005, p. 96-97.
Tijdens het bestaan en na de ontbinding van de VOF dient het afgescheiden vermogen als verhaalsobject voor de zaakscrediteuren. Zij hoeven daarbij niet de afzonderlijke aandelen van de vennoten in de goederen uit te winnen, maar kunnen zich verhalen op ‘het’ vennootschappelijk vermogen. Een individuele vennoot kan een vordering van de VOF op een derde niet verrekenen met een privéschuld aan diezelfde derde, omdat vordering en schuld in van elkaar gescheiden vermogens vallen (art. 6:127 lid 3 BW). Wordt echter een vennoot in privé door een zaakscrediteur aangesproken tot voldoening van een vennootschapsschuld, dan mag hij deze schuld wel verrekenen met een privévordering op dezelfde crediteur, omdat dan schuld en vordering tot hetzelfde vermogen behoren, namelijk het privévermogen van die vennoot.1 Privécrediteuren kunnen zich pas op de tot de vennootschappelijke gemeenschap behorende goederen verhalen (nádat het vermogen is vereffend en) voor zover hun schuldenaar in privé rechthebbende is geworden van deze goederen.2 Het doel van het afgescheiden vermogen is dus niet zozeer het dienen en beschermen van de belangen van de vennoten (al vergroot de extra zekerheid die de zaakscrediteuren krijgen mogelijk de kredietwaardigheid3 van en daarmee de financieringsmogelijkheden voor de VOF), maar van de belangen van de zaakscrediteuren.4 De regels over afgescheiden vermogen staan dan ook niet ter vrije beschikking van de vennoten, maar zijn van dwingend recht.5
Wanneer ik het in het vervolg heb over de goederen of het vermogen van de VOF, bedoel ik de goederen of het vermogen dat toebehoort aan de vennoten als zodanig, dus in hun vennootschappelijke verband. Met hét afgescheiden vermogen wordt veelal bedoeld het vermogen dat ten behoeve van de vennootschappelijke samenwerking wordt gevormd door de aandelen van de vennoten in de gemeenschappelijke goederen, welke aandelen zijn afgescheiden van het overige vermogen van de vennoten.6