Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen
Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/7.3.7:7.3.7 Inbreng in ondernemingsvermogen
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/7.3.7
7.3.7 Inbreng in ondernemingsvermogen
Documentgegevens:
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS454167:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Memorie van toelichting Tweede Kamer, Kamerstuknr. 24 761, nr. 3, blz. 49.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Evenals dat onder het tot 1 januari 1997 geldende aanmerkelijkbelangregime op basis van art. 39, achtste lid, (oud) Wet IB het geval was, wordt ook in de sedert deze datum geldende nieuwe aanmerkelijkbelangregeling het brengen van aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen in het vermogen van een door de belastingplichtige gedreven onderneming ingevolge art. 20a, zesde lid, onderdeel g, Wet IB aangemerkt als een (fictieve) vervreemding. Deze bepaling waakt tegen het geruisloos afschudden van de (fictieve) aanmerkelijkbelangclaim door de tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen te brengen in het vermogen van een voor rekening van de belastingplichtige gedreven onderneming in de vorm van een eenmanszaak, maatschap of vennootschap onder firma. Zonder een dergelijke sfeerovergangsregeling zou de fiscale claim verloren gaan, aangezien een inbreng van de aanmerkelijkbelangaandelen, -winstbewijzen of -schuldvorderingen in het vermogen van een onderneming geen vervreemding is in de zin van art. 20a, eerste lid, onderdeel b, Wet IB doch deze ingebrachte vermogensbestanddelen op de balans van de onderneming wel voor de waarde in het economische verkeer worden geactiveerd.1