Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/2.4.3.5
2.4.3.5 Vergoedingen voor interviews
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652178:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
OK 18 maart 1976, NJ 1978/317, m.nt. B. Wachter; TVVS 1976, p. 379, m.nt. C.A. Boukema (Sekisui).
Blanco Fernández, Holtzer & Van Solinge 2004, p. 31.
Blanco Fernández, Holtzer & Van Solinge 2004, p. 31.
Klaassen 2002, p. 101, voetnoot 60.
Rb. Gelderland 23 april 2013 (r.o. 2.7), NJF 2013/376 (H4O).
De Groot 2015/248.
Rb. Rotterdam 18 juni 2014 (r.o. 2.4.1; 2.4.2), JBPr 2015/10, m.nt. H.W. Wiersma & W.M.A. Malcontent (MSS/Van Lanschot).
De Groot 2015/247.
Wiersma & Malcontent (onder 4) in hun annotatie bij Rb. Rotterdam 18 juni 2014, JBPr 2015/10 (MSS/Van Lanschot).
Ten behoeve van het onderzoek kan de onderzoeker procespartijen en derden uitnodigen voor interviews. De onderzoeker is vrij in de beoordeling wie hij wenst te horen.1 Met Blanco Fernández, Holtzer en Van Solinge meen ik dat partijen zelf de kosten dienen te dragen die zijn verbonden aan eigen deelname aan het interview. De kosten van werknemers en functionarissen van de desbetreffende partijen komen ook voor eigen rekening.2 Gemaakte kosten in dit kader zijn mogelijk reiskosten en verblijfkosten, kosten van rechtsbijstand, kosten wegens tijdverzuim (kosten voor werkzaamheden) en kosten voor de inschakeling van een tolk of vertaler.
Door niet-hulppersonen gemaakte kosten voor deelname aan gesprekken moeten worden vergoed door de onderzoeker, ten laste van het onderzoeksbudget. Blanco Fernández, Holtzer en Van Solinge stellen dat voor de begroting van die kosten de onderzoeker zich kan laten leiden door art. 182 Rv, dat voorziet in een schadeloosstelling voor getuigen, ook wel ‘taxe’ genoemd.3 Getuigen hebben op basis van art. 182 Rv jo. art. 26 Wet griffierechten burgerlijke zaken recht op een vergoeding van kosten wegens werkzaamheden, tijdverzuim en daarmee verband houdende noodzakelijke kosten en reiskosten en verblijfkosten. Getuigen, met uitzondering van minderjarigen die geen inkomsten derven, hebben daarmee recht op een vergoeding wegens tijdverzuim van € 6,81 per uur.4 Aan reiskosten verkrijgt de getuige de kosten van openbaar vervoer, laagste klasse, of een kilometervergoeding van € 0,28 per kilometer indien openbaar vervoer niet of niet voldoende mogelijk is. Verblijfkosten bedragen maximaal € 37,85 per dag, met inbegrip van overnachting.5 Van deze wettelijk voorgeschreven vergoedingen kan volgens de wet enkel worden afgeweken bij de berekening van de schadeloosstelling die toekomt aan getuigen voor zover dit in verband met hun verblijf in het buitenland noodzakelijk is.6
In de praktijk worden vergoedingen voor getuigen niet vastgesteld conform de daarvoor geldende wettelijke regeling, maar worden hogere tarieven afgesproken.7 De rechter begroot de schadeloosstelling in overleg met partijen.8 Hebben partijen geen bezwaar tegen de opgave van de kosten van de getuige, dan begroot de rechter de schadeloosstelling doorgaans op het door de getuige opgegeven bedrag. Maakt een partij wel bezwaar, dan stelt de rechter de getuige en de wederpartij in de gelegenheid op het bezwaar te reageren. In overleg met partijen kan de rechter het opgegeven bedrag op redelijkheid toetsen. Als partijen het niet eens worden over de kosten van de getuige, dan begroot de rechter de schadeloosstelling.9
Uit MSS/Van Lanschot volgt dat de strekking van de schadeloosstelling is dat de getuige de schade krijgt vergoed die hij lijdt doordat hij naar het gerecht is gekomen om een verklaring af te leggen. Het gaat bij die schadeloosstelling om de persoonlijke schade van de getuige.10 Als kosten van werkzaamheden, tijdverzuim en daarmee verband houdende noodzakelijke kosten komen als uitgangspunt het daadwerkelijk gederfde inkomen gedurende de tijd dat de getuige in het gerechtsgebouw aanwezig is voor het afleggen van zijn verklaring in aanmerking. Werkelijk gemaakte reiskosten worden vergoed. De getuige die aanspraak maakt op verblijfkosten moet duidelijk maken waarom het redelijk is dat hij daarop aanspraak maakt voor het bijwonen van het getuigenverhoor, bijvoorbeeld omdat hij in het buitenland woont.11 Hiermee wordt op grote schaal wet- en regelgeving terzijde geschoven, een vanuit formeel juridisch oogpunt onwenselijke situatie.12
De onderzoeker moet de kosten van gesprekken met niet-hulppersonen voldoen ten laste van het onderzoeksbudget. Mij is niet duidelijk hoe onderzoekers hier in de praktijk mee omgaan. Ik zou in ieder geval menen dat de onderzoeker zich hierbij moet laten leiden door art. 182 Rv, en niet moet meegaan in de bestaande civielrechtelijke praktijk van ruimere vergoedingen voor getuigen. De onderzoeker dient de kosten van het onderzoek te beperken en moet hierom aansluiting zoeken bij de wettelijke maximumvergoedingen, tenzij de Ondernemingskamer na het horen van de rechtspersoon of in voorkomende gevallen, een directe financier, vooraf akkoord gaat met een hogere vergoeding.