Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/4.2.
4.2. De formeel bestuurder en zijn taak
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS297601:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Raaijmakers 2005, p. 27-30. Hij gaat op de “formele bestuurder” in vanuit het perspectief van de Tweede Misbruikwet.
HR 23 november 2001, NJ 2002, 95 (Mefigro).
Vgl. Tuit 1982, p. 110.
Daarmee worden beperkingen “in” de statuten bedoeld. Zo ook: Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 390.
Zie ten aanzien van de vereniging: art. 2:44 BW, ten aanzien van coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen: artt. 2:44 jo. 2:53a BW, ten aanzien van de stichting: art. 2:291 BW en ten aanzien van het EESV: art. 16 Verordening EESV.
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 390.
Uniken Venema 1981a, p. 583-585 gaat in dit kader nog in op het onderscheid tussen “bestuur” en “uniforme leiding” (de leidinggevende taak die een moedermaatschappij vervult m.b.t. een dochtermaatschappij waarvan zij niet zelf bestuurder is).
Van Schilfgaarde en Winter 2009, p. 150.
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 390.
Zie uitgebreider hierover: Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 391.
Vgl. art. 2:308 e.v. BW en Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 392.
Zoals bijvoorbeeld: Glasz, Beckman en Bos 1994, p. 56-59 waar als belangrijke bestanddelen van “het besturen” worden vermeld: leiding en organisatie, vermogensbeheer en bestuurlijke zorgplicht.
Onder een formeel of statutair bestuurder verstaat men de natuurlijke of rechtspersoon die conform de wettelijke bepalingen rechtsgeldig als zodanig is benoemd door het daartoe bevoegde orgaan van de bestuurde rechtspersoon (zie par. 4.2.2).1 Het is niet juist om een persoon als bestuurder aan te merken louter op grond van een inschrijving als bestuurder in het handelsregister.2 De formeel of statutair bestuurder maakt deel uit van het orgaan dat de bestuurderstaak uitoefent, te weten het bestuur. Het bestuur heeft de autonome bevoegdheid om de rechtspersoon te besturen.3Artt. 2:129/239 BW bepalen in dat kader dat – behoudens beperkingen volgens de statuten4 – het bestuur belast is met het besturen van de vennootschap.5 Het bestuur moet zich daarbij richten naar het belang van de vennootschap. Bij het bestuur berust de leiding van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming.6
Het is lastig om een sluitende definitie van “bestuur” of “besturen” (van een rechtspersoon) te geven.7 De concrete invulling van die begrippen hangt af van de aard van de rechtspersoon, diens statutaire doelstellingen en bevoegdheidsverdeling en diens feitelijke activiteiten.8 Onder “bestuur” of “besturen” kan worden verstaan: de leiding van de vennootschap bij de dagelijkse gang van zaken, het maken van plannen voor de toekomst, het bepalen van de strategie van de vennootschap en het uitstippelen van het beleid.9 Principe II.1 (Taak en werkwijze) van de Corporate Governance Code uit 2008 bepaalt in dat kader het volgende: “Het bestuur is belast met het besturen van de vennootschap, hetgeen onder meer inhoudt dat het verantwoordelijk is voor de realisatie van de doelstellingen van de vennootschap, de strategie met het bijbehorende risicoprofiel, de resultatenontwikkeling en de voor de onderneming relevante maatschappelijke aspecten van ondernemen.” Principe 1.1 van de Nederlandse Corporate Governance Code 2016 (die met ingang van 1 januari 2017 geldt) bepaalt: “Het bestuur is verantwoordelijk voor de continuïteit van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Het bestuur richt zich op de lange termijn waardecreatie van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming en weegt daartoe de in aanmerking komende belangen van de stakeholders. […]”.
Het begrip “bestuur” dient in ruime zin te worden opgevat. Niet alleen de dagelijkse leiding, maar ook dagelijks terugkerende handelingen die het bestuur pleegt te verrichten, vallen onder het begrip “bestuur”.10 Het bestuur is niet alleen bevoegd tot het voorbereiden en uitvoeren van handelingen die rechtstreeks onder de statutaire doelomschrijving vallen. Het bestuur is eveneens bevoegd tot het voorbereiden en uitvoeren van handelingen die naar gebruik en redelijkheid en billijkheid uit het statutaire doel voortvloeien en daarmee samenhangen, zoals het aangaan van leningen en borgtochten.11 Daarnaast komen het bestuur specifiek in wetgeving vermelde bevoegdheden toe. Daarbij valt te denken aan taken in het kader van een splitsing en fusie.12 Voor een uitgebreidere behandeling van de begrippen “bestuur” en “besturen” wordt verwezen naar andere literatuur.13