Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/4.2.1
4.2.1 Staatsgodsdienst
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS455188:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Soeteman, Pedagogiek 2008-1, p. 30-31.
Dalferth, Journal of the American Academy of Religion 2010, p. 332.
Broeksteeg 2014, p. 51.
EHRM 13 februari 2003, nr. 41340/98, 41342/98, 41343/98, 41344/98, AB 2003, 152 (Refah Partisi v Turkije), m.nt. M.J. Kanne.
EHRM 13 februari 2003, nr. 41340/98, 41342/98, 41343/98, 41344/98, AB 2003, 152 (Refah Partisi v Turkije), par. 98.
Broeksteeg 2014, p. 50.
ECRM 9 mei 1989, nr. 11581/85 (Darby v Zweden), par. 45.
EHRM 9 december 2010, nr. 7798/08, EHRC 2011/36 (Savez Crkava ‘Rijec Zivota’ e.a. v Kroatië), m.nt. Van Sasse van Ysselt.
De Bruijn 2004, p. 64.
Binnen dit radicale perspectief wordt er één godsdienst officieel erkend als staatsgodsdienst en openlijk gesteund door de staat. Overheden en onderwijsinstellingen hebben de taak deze godsdienst actief uit te dragen en het volk van de waarheid ervan te doordringen. Uiteraard is er binnen dit perspectief geen scheiding tussen kerk en staat. De inrichting en het functioneren van de staat wordt volledig beheerst door één bepaalde godsdienst. Ten aanzien van de vrijheid van godsdienst geldt dan dat alleen de staatsgodsdienst rechten heeft. Aan ‘dwaalleren’ worden geen rechten toegekend. We kunnen dan ook stellen dat binnen dit perspectief alleen de staatsgodsdienst, godsdienst in juridische zin is.1 De staat bepaalt wat godsdienst is en wat niet.2 Binnen een dergelijke staat wordt het fenomeen godsdienst op een objectiverende wijze geduid omdat alleen die uitingen en gedragingen als godsdienstig worden gekwalificeerd die conformeren met de staatsgodsdienst. In de wat mildere varianten van een theocratie worden dwaalleren wel getolereerd maar worden aan de aanhangers ervan geen rechten toegekend. Kritiek op de ware godsdienst wordt binnen dit perspectief al snel gezien als een schending van de godsdienstvrijheid van de ware gelovigen en kan worden tegengegaan met een strafrechtelijk verbod op godslastering. Het theocratische perspectief vindt tegenwoordig nog steun in enkele islamitische staten zoals Iran, Saoedi-Arabië en Soedan.3
Artikel 9 EVRM en artikel 6 Grondwet sluiten een theocratisch perspectief uit. Dit blijkt tevens uit de rechtspraak van het EHRM. Het EHRM plaatst godsdienstoefening binnen de kaders van liberale en democratische idealen. Zo oordeelde het EHRM in Refah Partisi tegen Turkije4 dat een politieke partij moest worden ontbonden omdat leden van deze partij voorstander waren van onder andere het invoeren van de Sharia, dat is het recht direct gebaseerd op islamitische voorschriften. Het EHRM maakte duidelijk dat een politieke partij die de democratie of de rechtsstaat niet respecteert of erop uit is die te vernietigen of de fundamentele (mensen)rechten die hiermee verbonden zijn niet serieus neemt, geen bescherming kan verwachten op grond van de rechten opgenomen in het EVRM.5
Naast de theocratie kan men ook een model van de scheiding tussen kerk en staat onderscheiden waarbij er weliswaar een staatsgodsdienst is – die in sommige landen ook bevoordeeld wordt boven andere godsdiensten – maar waarin ook andere godsdiensten als zodanig worden erkend en de aanhangers daarvan ook godsdienstvrijheid genieten. Ook in Europa zijn er voorbeelden van landen waarin een staatskerk is die bepaalde privileges geniet, zoals Engeland, Griekenland en Noorwegen.6 Een staatskerk wordt door het EHRM niet in strijd geacht met de godsdienstvrijheid van artikel 9 EVRM7 mits de ongelijke behandeling van godsdiensten kan worden gelegitimeerd vanuit objectieve en redelijke gronden.8
De periode dat de Nederduitsch Gereformeerde Kerk, later Nederlandse Hervormde Kerk (NHK), de dominante kerk in Nederland was, kunnen we beschouwen als episode in de geschiedenis dat Nederland een milde vorm van staatsgodsdienst kende. Toch moet men hierbij aantekenen dat de NHK niet een echte staatskerk was. Wel werd de NHK publiekelijk bevoorrecht ten opzichte van andere godsdiensten, zoals het katholicisme, dat echter tot op zekere hoogte (denk aan de schuilkerken) wel getolereerd werd.9