Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/6.3.1:6.3.1 Inleiding
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/6.3.1
6.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook paragraaf 5.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals bleek uit paragraaf 6.2 zal het parlement de inzet van zijn bevoegdheden moeten afstemmen op de bestaande besluitvormingsprocedures en -momenten in het kader van het Europees Semester om binnen de gegeven kaders zoveel mogelijk betekenisvol betrokken te zijn bij de besluitvorming over de begroting. Maar juist de inzet van deze bevoegdheden kan in de politieke praktijk problematisch zijn.
Het Europees Semester legt een tijdskader vast voor de presentatie van de begrotingsplannen in het voorjaar, de opstelling van de ontwerpbegroting in het najaar en de vaststelling van de begroting voor het einde van het jaar. Dit betekent dat de besluitvorming over de begroting op nationaal niveau plaats moet vinden binnen de gestelde Europese tijdlijn. De Europese en de nationale begrotingscyclus lopen echter niet geheel met elkaar in de pas.1 Dit levert tijdsdruk op en kan de parlementaire betrokkenheid onder druk zetten. Het parlement dient immers over voldoende tijd en informatie te beschikken om de plannen van de regering betekenisvol te kunnen beoordelen en evalueren.