Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/6.3.6:6.3.6 Conclusie
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/6.3.6
6.3.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het parlement zal de inzet van zijn bevoegdheden moeten afstemmen op de bestaande besluitvormingsprocedures en -momenten in het kader van het Europees Semester om binnen de gegeven kaders zoveel mogelijk betekenisvol betrokken te zijn bij de besluitvorming over de begroting. Maar juist de inzet van deze bevoegdheden kan in de politieke praktijk problematisch zijn onder invloed van de Europese tijdlijn, waardoor de betekenisvolle parlementaire betrokkenheid in het geding kan komen. Voor de Tweede Kamer geldt dat de toegenomen tijdsdruk afbreuk kan doen aan de allocatiefunctie van het budgetrecht. Voor de Eerste Kamer kan de toenemende tijdsdruk raken aan de autorisatiefunctie.
De mogelijkheid om in het voorjaar met de regering te spreken over de begrotingsplannen voordat deze naar de Commissie worden gestuurd, heeft inmiddels een vaste plaats gekregen in de begrotingscyclus. De regering zal de plannen tijdig naar het parlement sturen om ervoor te zorgen dat beide Kamers de mogelijkheid hebben deze volgtijdelijk te behandelen voordat ze naar de Commissie worden gestuurd.
Dat de begrotingen voor 1 januari moeten worden vastgesteld heeft de begrotingsbehandeling extra onder druk gezet omdat de Eerste Kamer veelal niet voor 1 januari in staat is om de begrotingen vast te stellen. Hierdoor kan de autorisatiefunctie van de Eerste Kamer in het gedrang komen. Verschillende mogelijkheden zijn denkbaar om de begrotingsprocedure te versnellen. Daarbij moet echter wel gewaakt worden voor de allocatiefunctie van het budgetrecht van de Tweede Kamer die eventueel in het gedrang kan komen als de begrotingsbehandeling wordt ingekort of als er één voor één gestemd wordt over de begrotingswetsvoorstellen. Als het parlement al in het voorjaar met de regering kan debatteren over de hoofdlijnen van de uitgavenkant van de begroting kan dit een versterking van de allocatiefunctie van het budgetrecht tot gevolg hebben. In de praktijk hebben de Kamers de behandeling van de begroting aangepast doordat de Tweede Kamer eerder dan gebruikelijk was stemt over de ontwerpbegroting waardoor de Eerste Kamer in de regel de begroting voor 1 januari goedkeurt. Afwijkingen van dit behandelschema en de mogelijkheid om in de Eerste Kamer een beleidsdebat te houden met de minister leiden er echter wel toe dat de begroting waarschijnlijk niet voor 1 januari wordt vastgesteld.
De tijdsdruk op het parlement bij de goedkeuring van de begroting neemt extra toe als de regering in de laatste weken van het jaar nog een wijziging aanbrengt in de begroting naar aanleiding van de Commissieopinie over het Ontwerpbegrotingsplan. Vervolgens heeft het parlement maar een aantal weken om naar aanleiding van de gewijzigde ontwerpbegroting de begroting goed te keuren. Dit kan afbreuk doen aan de informatiepositie van het parlement en met name de allocatiefunctie van het budgetrecht van de Tweede Kamer.