Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/5.3.3
5.3.3 De Wet HOF en het onafhankelijk begrotingstoezicht
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2 lid 8 Wet HOF codificeert de in de begrotingspraktijk gegroeide gewoonte dat de Raad van State wordt gehoord over de Miljoenennota.
Zie hierover paragraaf 5.3.4.3.
Volgens de Minister van Financiën is dit ook neergelegd in de Wet HOF. Zie de brief van de Minister van Financiën over de nadere invulling van de rol van de Afdeling advisering van de Raad van State inzake het toezicht op de naleving van de Europese begrotingsregels, Kamerstukken II 2014/15, 34 000, nr. 56, p. 1.
Dat de Wet HOF in korte tijd diende te worden aangepast nadat de gemeenschappelijke beginselen waren gepubliceerd kan er mede toe hebben geleid dat in de Wet HOF niet overal even duidelijk wordt verwezen naar de rol van de Raad van State. Zie paragraaf 5.3.3.
De rol en de taak van de onafhankelijke instelling belast met het monitoren van de Europese begrotingsregels valt dus uiteen in ten eerste meer algemeen toezicht op de begrotingsregels zoals neergelegd in het Stabiliteits- en Groeipact en aangescherpt door het Fiscal Compact en ten tweede meer specifiek toezicht op het monitoren van de inwerkingtreding en toepassing van het correctiemechanisme en de ontsnappingsclausule.
Uit de Wet HOF volgt dat de Raad van State wordt gehoord over het herstelplan (artikel 2 lid 8 Wet HOF). Daarnaast wordt het parlement jaarlijks in de Miljoenennota geïnformeerd over het herstelplan. Dit betekent dat de Raad van State ook jaarlijks betrokken zal worden bij de uitvoering van het herstelplan omdat het jaarlijks een advies geeft over de Miljoenennota.1 Hiermee wordt tegemoet gekomen aan het meer specifieke toezicht inzake het correctiemechanisme, namelijk het tweede vereiste van artikel 5 lid 2 Verordening (EU) 473/2013 en de gemeenschappelijke beginselen van de Commissie: de Raad van State houdt toezicht op de voortgang van correctie en de overeenstemming van de correctie met de nationale regels en plannen.2
Artikel 2 lid 8 Wet HOF vermeldt geen rol voor de Raad van State bij het monitoren van het eerste en derde vereiste inzake het correctiemechanisme: de inwerkingtreding van het correctiemechanisme en de toepassing van de ontsnappingsclausule. Volgens de memorie van toelichting sluit de Wet HOF volledig aan ‘bij de Europese definities en vaststellingen wat betreft het optreden van omstandigheden waaronder het correctiemechanisme in werking moet treden en voor wat betreft het optreden van omstandigheden voor de inwerkingtreding, verlenging en afsluiting van de ontsnappingsclausule op deze terreinen het advies van de Raad van State niet noodzakelijk [is].’3 Dit is opmerkelijk, omdat er expliciet in de gemeenschappelijke beginselen van de Commissie en artikel 5 lid 2 Verordening (EU) 473/2013 staat dat de toezichthoudende instelling over de inwerkingtreding van het correctiemechanisme en over de aanwezigheid van uitzonderlijke omstandigheden een oordeel geeft. In de praktijk zien we echter dat de Raad van State, mocht dit van toepassing zijn, deze punten wel zal betrekken in zijn oordeel.4
Over het vereiste dat het onafhankelijke toezichthoudende orgaan in het algemeen toezicht dient te houden op de Europese begrotingsregels wordt in artikel 2 lid 8 Wet HOF geen melding gemaakt. Uit de memorie van toelichting echter kan worden begrepen dat de Raad van State wel belast is met deze taak.5 In de memorie van toelichting staat dat de rol die de Raad van State op grond van artikel 2 lid 8 Wet HOF heeft gekregen mede inhoudt dat de Raad van State – bij het advies over de Miljoenennota – op basis van de ramingen van het CPB monitort of het gevoerde dan wel geplande begrotingsbeleid in lijn is met de Wet HOF en dus met de daarin neergelegde Europese begrotingsregels.6
Daarnaast, zoals ook in de memorie van toelichting bij de Wet HOF staat vermeld, kan de Raad van State altijd gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen over zaken die samenhangen met de Europese begrotingsregels.7