Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/12.3.1:12.3.1 Insolvenzanfechtung en uitkeringsregels: functionele equivalenten
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/12.3.1
12.3.1 Insolvenzanfechtung en uitkeringsregels: functionele equivalenten
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS405768:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Insolvenzanfechtung beoogt dus te voorkomen dat vermogensverschuivingen ten onrechte resulteren in de benadeling van crediteuren; dit is nagenoeg gelijk aan het doel van de vennootschapsrechtelijke uitkeringsregels. Deze functionele samenhang van het insolventierecht met het vennootschapsrecht wordt in Duitsland slechts door een beperkt aantal auteurs uitdrukkelijk onderkend. Terwijl in de Verenigde Staten de bescherming van de vennootschapscrediteuren primair wordt geboden door het insolventierechtelijke fraudulent transfer law,1 vormt het vennootschapsrechtelijke systeem van kapitaalbescherming nog steeds de hoeksteen van de Duitse crediteurenbescherming.2 In de vele Kommentaren op het GmbH-Gesetz wordt bijvoorbeeld nimmer gewezen op de mogelijke samenloop van § 31 GmbHG met de Insolvenzanfechtung.3 Volgens sommige juridische auteurs is dit opmerkelijk, nu de vennootschapsrechtelijke uitkeringsregeling zich steeds meer heeft ontwikkeld tot een functioneel equivalent van de Insolvenzanfechtung. Beide regelingen beogen de voorrangspositie van de crediteuren ten aanzien van het vennootschapsvermogen te waarborgen.
Haas merkt dienaangaande op: “Der Normzweck der Kapitalerhaltungsvorschriften hat sich im Laufe der Zeit zunehmend dem des Anfechtungsrechts angepasst. […] Wenn […] im eröffneten Insolvenzverfahren die Fremdkapitalgeber vor den Eigenkapitalgebern rangieren, dann muss verhindert werden, dass die Gesellschafter diese Wertung durch ‘freigiebige Vermögensverlagerungen’ im Vorfeld des Insolvenzverfahrens unterlaufen. Eben dieses Ziel liegt aber auch […] entsprechenden Anfechtungstatbestanden […] zugrunde.”4
Een beperkt aantal juridische auteurs heeft betoogd dat de Insolvenzanfechtung niet of slechts in een zeer beperkt aantal gevallen van toepassing is op uitkeringen aan aandeelhouders. Zo hebben Grigoleit en Eidenmüller de stelling betrokken dat het vennootschapsrecht voorrang heeft op het insolventierecht.5 Haas en Thole menen echter dat er geen duidelijke argumenten zijn voor een primaat van het vennootschapsrecht.6 Samenloop van dHaas 2006a, p. 482 en Thole 2010, p. 611.e Insolvenzanfechtung met vennootschapsrechtelijke bepalingen komt immers ook voor op andere punten; zo bestaat er geen discussie over dat met behulp van de Insolvenzanfechtung aandeelhoudersbesluiten (bijvoorbeeld inzake de jaarlijkse winstvaststelling) aangetast kunnen worden.7 De Insolvenzanfechtung zou de in § 30 en 31 GmbHG vervatte uitkeringsregeling aanvullen door de curator een mogelijkheid te bieden onder bepaalde omstandigheden uitkeringen die weliswaar geschiedden uit vrije reserves, maar niettemin crediteuren benadeelden, ongedaan te maken.8