Bundeling van omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/3.6.6:3.6.6 Tussenconclusie
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/3.6.6
3.6.6 Tussenconclusie
Documentgegevens:
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS362259:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een door bundeling ontstaan wetssysteem noem ik toekomstbestendig als daarbinnen geen - onverdedigbare - wetssystematische tekorten ontstaan als gevolg van het feit dat de wetgever in belangrijke mate is gedwongen om de chronologische aanpak te hanteren. De wetgever heeft vier mogelijkheden om toekomstbestendigheid van door bundeling ontstane wetssystemen te bevorderen. In de eerste plaats moet hij niet streven naar een wetssystematiek die de pretentie heeft het omgevingsrecht voor eens en altijd te codificeren, maar naar een op verandering en zo mogelijk op een iLawsysteem gericht wetssysteem. In de tweede plaats zal de wetgever eerder een toekomstbestendig wetssysteem realiseren naarmate in de wetssystematische opbouw wordt gekozen voor het gebruik van toekomstbestendige systeemordeningscriteria, waarvan mag worden verwacht, dat die niet alleen op dit moment, maar ook in de toekomst valide zijn. Dat kunnen zowel zakelijke als typisch juridische systeemordeningscriteria zijn. In de derde plaats moet de wetgever ervoor zorgen dat nieuwe omgevingsregels die een bepaald probleem beogen te regelen aansluiten bij de gekozen wetssystematische ordeningscriteria waarop zij anders een inbreuk zouden vormen. Ten slotte kan de wetgever de toekomstbestendigheid van een wetssysteem ook bevorderen door te werken met aanbouwwetgeving die voldoet aan de eisen die in dit hoofdstuk zijn gesteld aan de keuze voor wetssystematische ordeningscriteria.