Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt
Einde inhoudsopgave
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/5.5.5.2:5.5.5.2 Outplacement-arrest
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/5.5.5.2
5.5.5.2 Outplacement-arrest
Documentgegevens:
dr. S.T.M. Beelen, datum 01-03-2010
- Datum
01-03-2010
- Auteur
dr. S.T.M. Beelen
- JCDI
JCDI:ADS297057:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 3 maart 1994, zaak C-16/93 (Tolsma), BNB 1994/271 (noot Finkensieper).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In verband met de noodzaak tot het realiseren van een personeelsreductie, heeft een ondernemer outplacementbureaus ingeschakeld om werknemers te helpen bij het vinden van een nieuwe werkkring buiten het bedrijf. De diensten van deze bureaus bestonden uit carrièreadviezen, psychologische tests, workshops, videotrainingen en de terbeschikkingstelling van faciliteiten als secretariaat, telefoon en ruimte. De ondernemer heeft met de outplacementbureaus contracten gesloten en heeft de door de bureaus in rekening gebrachte bedragen betaald.
Met een verwijzing naar het Tolsma-arrest1 beslist de Hoge Raad dat het outplacementbureau heeft gepresteerd aan de ondernemer en niet aan het personeelslid.
Vervolgens concludeert de Hoge Raad dat aftrek van de btw die drukt op de kosten van het outplacementbureau niet uitgesloten kunnen worden op grond van het Bua omdat de diensten primair het belang van de onderneming dienden en omdat het persoonlijk voordeel voor de werknemers van ondergeschikt belang is:
Het staat vast dat belanghebbende om een noodzakelijke personeelsreductie te bereiken en daarbij conflicten met de werknemers te vermijden, een sociaal plan heeft opgesteld waarvan onderdeel uitmaakt dat zij zich heeft verplicht outplacementbureaus in te schakelen ten einde werknemers te helpen bij het vinden van een passende werkkring buiten het bedrijf. De Inspecteur heeft in het vertoogschrift erkend dat het verstrekken van de diensten van de bureaus voor de werknemers niet tot een besparing heeft geleid, kennelijk omdat werknemers geen uitgaven voor dergelijke doeleinden plegen te doen. Een en ander laat geen andere gevolgtrekking toe dan dat de uitgaven primair in het belang van de onderneming zijn gedaan en dat het persoonlijk voordeel voor de werknemers, zo al aanwezig, van ondergeschikt belang is. (Zie het arrest van het Hof van Justitie van 16 oktober 1997, zaak C-258/95, r.o. 30, V-N 1998, blz. 233) Alsdan is van een bezigen van de diensten van de bureaus voor het uitkeren van loon in natura of voor andere persoonlijke doeleinden van het personeel – in de zin van artikel 1, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van het BUA – geen sprake.