Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/5.9.6.1
5.9.6.1 UBO-begrip bij een stichting
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633626:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Het Uitvoeringsbesluit Wwft van 17 juli 2018, waarvan het ontwerp tussen 31 januari 2018 en 28 februari 2018 ter consultatie was gelegd, bevat nadere regels met betrekking tot het UBO-begrip.
Als de stichting als trust was aangemerkt, dan zou de UBO-registratie onder een andere implementatiewet vallen (namelijk voor trusts en andere juridische constructies, als implementatie van artikel 3, lid 6, sub a Richtlijn (EU) 2015/849, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/843) en zou de kring van UBO’s groter zijn geweest, zie daarvoor artikel 3, lid 6, sub b van Richtlijn (EU) 2015/849, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/843 en artikel 3, lid 1, sub 3 Uitv.besl. Wwft 2018: oprichter(s), trustee(s), protector(s), begunstigden en eventueel groep van personen in wier belang de trust hoofdzakelijk is opgericht of werkzaam is en elke andere natuurlijke persoon die door directe of indirecte eigendom of via andere middelen uiteindelijke zeggenschap over de trust uitoefent.
Uitvoeringsbesluit Wwft 2018, Besluit van 17 juli 2018, Stb. 2018, 241, toelichting op het besluit, p. 22.
Kamerstukken II 2019/20 35179, nr. 6, vraag 33, p. 16 en vraag 63, p. 28.
Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie.
Beantwoording Kamervragen (29 juni 2021) van de leden Grinwis en Stoffer over het UBO-register, antwoord op vraag 6, 7 en 8.
De fiscale anbi-status heeft geen wettelijke functie voor de doelen waarvoor het Handelsregister in het leven is geroepen en is dan ook niet in de Handelsregisterwet 2007 opgenomen.
Naar aanleiding van de consultatiereacties op het ontwerp van het Uitvoeringsbesluit Wwft,1 dat ter consultatie was aangeboden, heeft de minister van Financiën uiteindelijk de keuze gemaakt om de Nederlandse stichting niet als trust maar als juridische entiteit te behandelen.2 Hiermee heeft de minister onderkend dat een stichting in Nederland rechtspersoonlijkheid heeft en wat betreft rechtsvorm en functie meer overeenkomt met de zogenoemde ‘overige rechtspersonen’3 dan met trusts.4 Op grond van artikel 3, lid 1, sub c, onder 1° Uitv.besl. Wwft 2018 kwalificeren als UBO’s van een stichting derhalve natuurlijke personen die de uiteindelijke eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over de stichting via:
1e criterium: het (in)direct houden van meer dan 25 procent van het eigendomsbelang in de stichting; of
2e criterium: het (in)direct kunnen uitoefenen van meer dan 25 procent van de stemmen bij besluitvorming ter zake van wijziging van de statuten van de stichting; of
3e criterium: het kunnen uitoefenen van feitelijke zeggenschap over de stichting.
Beantwoordt niemand aan deze UBO-definitie dan wordt of worden de natuurlijke persoon of personen die behoort of behoren tot het hoger leidinggevend personeel van de stichting als pseudo-UBO’s in het openbaar register opgenomen (art. 3, lid 1, sub c, onder 2° Uitv.besl. Wwft 2018). Dit komt neer op het registreren van het voltallige bestuur van de stichting als pseudo-UBO.
De minister van Financiën onderkent dat er bij stichtingen, al dan niet met een anbi-status, in de meeste gevallen geen natuurlijke persoon zal zijn die op grond van eigendom of zeggenschap als UBO is te kwalificeren.5 Dan moet er dus gebruik worden gemaakt van de terugvaloptie: het registreren van het hoger leidinggevend personeel – het voltallige bestuur – als UBO van de stichting.
In overleg met SBF6 heeft het ministerie van Financiën diverse mogelijkheden beschouwd om de positie van (bestuurders van) anbi’s in het UBO-register te verduidelijken.7 Een vermelding dat een juridische entiteit een anbi-status heeft, stuitte op juridische8 en uitvoeringstechnische bezwaren. Gekozen is voor de oplossing om bij het uittreksel UBO-register een toelichting te verstrekken aan raadplegers van het UBO-register. Hierin staat dat bestuurders enkel vanuit hun functie zijn ingeschreven als pseudo-UBO’s en niet vanwege een eigendomsbelang of zeggenschap in de entiteit. De toelichting bevat ook een verwijzing naar het openbare anbi-register, zodat raadplegers van het UBO-register kunnen nagaan of de betreffende entiteit een anbi is.
5.9.6.1.1 Eigendomsbelang5.9.6.1.2 Besluitvorming ter zake van statutenwijziging5.9.6.1.3 Feitelijke zeggenschap