De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/6.4.6.1:6.4.6.1 Inleiding
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/6.4.6.1
6.4.6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652436:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. OK 12 maart 2009 (r.o. 3.10), JOR 2009/132, m.nt. S.M. Bartman (LCI), bevestigd in HR 10 september 2010 (r.o. 3.4.2), NJ 2010/483; JOR 2010/304, m.nt. S.M. Bartman (LCI). Zie ook HR 27 september 2000 (r.o. 4.2), NJ 2000/653; JOR 2000/217, m.nt. M. Brink (Gucci).
Zie ook HR 17 december 2010 (r.o. 4.1.1-4.1.3), NJ 2011/213, m.nt. W.J.M. van Veen; JOR 2011/42, m.nt. J.M. Blanco Fernández (KPNQwest); par. 2.2.2.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De procespartij die financiering toezegt en verstrekt kan – anders dan de rechtspersoon die is verplicht tot financiering – voorwaarden stellen aan die financiering. Uit de jurisprudentie zijn hiervan enkele voorbeelden bekend. Ik bespreek hierna de volgende mogelijke financieringsvoorwaarden: de maximale hoogte van de financiering (par. 6.4.6.2), verhaal van de kosten van de enquêteprocedure op de rechtspersoon (par. 6.4.6.3), verhaal van de kosten van het onderzoek op grond van art. 2:354 BW (par. 6.4.6.4), de financiering van enkel de kosten van het onderzoek of enkel de beloning van OK-functionarissen (par. 6.4.6.5), de meervoudige financiering of medewerking van een procespartij (par. 6.4.6.6) en de subsidiaire financiering (par. 6.4.6.7).
Vrijwillige directe financiering van de kosten van de enquêteprocedure bij gebleken financieringsonmacht aan de zijde van de rechtspersoon voltrekt zich in beginsel in het zicht van de Ondernemingskamer. De Ondernemingskamer verkrijgt hierin inzicht reeds bij de behandeling van het enquêteverzoek, of later, bijvoorbeeld wanneer de onderzoeker een verhoging van het onderzoeksbudget verzoekt of een OK-functionaris verzoekt te worden ontheven uit zijn functie, omdat zekerheidstelling voor zijn beloning uitblijft. Stelt een financier dan financiering beschikbaar onder financieringsvoorwaarden die dusdanige beperkingen opleggen aan de onderzoeker of OK-functionarissen dat het onderzoek niet volledig kan worden afgerond, wanbeleid niet kan worden vastgesteld1 of de getroffen voorzieningen niet volledig aan het daarmee beoogde doel beantwoorden, dan kan de Ondernemingskamer op grond van een belangenafweging komen tot een afwijzing van het enquêteverzoek of (gedeeltelijke) beëindiging van de enquêteprocedure, het onderzoek of de getroffen voorzieningen.2 In dat kader dient de Ondernemingskamer ook steeds een schatting te maken van mogelijke kosten van verweer van de onderzoeker of OK-functionarissen, nu deze kosten mijns inziens onderdeel vormen van de kosten van het onderzoek (par. 3.3.2.6) respectievelijk de beloning van OK-functionarissen (par. 5.3.2.8).