Einde inhoudsopgave
Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (BPP nr. 10) 2008/4.3.4.1
4.3.4.1 Algemene uitsluitingsgronden
Mr. P. Smits, datum 06-03-2008
- Datum
06-03-2008
- Auteur
Mr. P. Smits
- JCDI
JCDI:ADS298944:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De wetgever had onder het oude recht de in art. 6 EVRM genoemde uitzonderingen reeds bewust overgenomen in art 429g lid 1 (oud) Rv, na ingewonnen advies van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. Zie de MvT op wetsontwerp 17 620 d.d. 1 oktober 1982. Die lijn is doorgetrokken in het huidige art. 27 Rv en in algemene bewoordingen geformuleerd om in de lijn van de jurisprudentie van het EHRM recht te doen aan elk individueel geval.
EHRM 20 november 1989, Kostovski, serie A, vol 166. Het in dit arrest gehanteerde criterium is herhaald in EHRM 27 september 1990, Windisch, serie A, vol 186.
Zie daarover voor het civiele geding thoe Schwartzenberg (1992), p. 404-407.
Zie over dit onderwerp ook A.G.M. Hanssen, 'De waarheid en een eerlijk proces. Anonieme getuigen in het civiele geding, TCR 1996, p. 24-28, en Pitlo/Hidma & Rutgers (1994), Bewijs, nr. 93, alwaar ook verdere verwijzingen naar (schaarse) rechtspraak. Terecht wijzen laatstgenoemden erop dat het criterium in dit soort gevallen dat van art. 184 Rv moet zijn: is er in een voorkomend geval - gezien de (vermeende) dreiging met repercussies - sprake van een benadeling van een belanghebbende c.q. is er anderzijds sprake van een ongerechtvaardigde aantasting van fundamentele processuele rechten van een procespartij?
MvT, Kamerstukken II 1999/2000, 26 855, nr. 3, p. 57.
De algemene uitsluitingsgronden zijn in de Nederlandse wetgeving te vinden in art. 4 lid 2 Wet RO en art. 27 lid 1 Rv. Art. 4 Wet RO bepaalt dat tenzij de wet anders bepaalt, de zittingen openbaar zijn (zulks op straffe van nietigheid), maar dat om 'gewichtige redenen' het onderzoek ter zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren kan plaatsvinden. Art. 27 lid 1 Rv geeft aan dat de terechtzitting openbaar is, maar dat om in dat lid genoemde redenen, welke redenen zeer nauw aansluiten bij de uitsluitingsgronden in art. 6 EVRM,1 de rechter tot (gehele dan wel gedeeltelijke) behandeling met gesloten deuren, of slechts met toelating van bepaalde personen, kan overgaan.
Is de bescherming van het privéleven van getuigen (niet-zijnde partijen) een gewichtige reden? Het anoniem horen van getuigen door de rechter betekent een zeer vergaande uitsluiting van de openbaarheid, want niet alleen worden publiek en pers hierbij geweerd, maar ook juist betrokken procespartijen. Het Europees Hof heeft zich over de toelaatbaarheid van een anonieme getuigeverklaring uitgelaten in de strafzaak Kostovsld. I.c. werd geoordeeld dat de rechten van de verdediging te zeer in het gedrang waren gekomen nu de verdachte niet voldoende in de gelegenheid was gesteld om de getuigen te ondervragen en hun verklaringen aan te vechten.2 Het vraagstuk van de anonieme getuigeverklaring wordt aldus in de eerste plaats benaderd vanuit de invalshoek van het recht op een eerlijke behandeling (zie par. 3.43.1.b), maar het raakt uiteraard ook aan het beginsel van de openbaarheid. Afgezien van de vraag in hoeverre de anonimiteit van een getuige in een specifiek geval noodzakelijk is ter bescherming van zijn privéleven en onder welke condities het verhoor en de waardering van diens verklaring moet plaatsvinden,3 lijkt mij op zich de vergaande uitsluiting van openbaarheid die daarvan het gevolg is niet strijdig met art. 6 EVRM. Bij afweging slaat nu eenmaal de schaal ten gunste van de protectie van het privéleven en ten detrimente van de openbaarheid door. Onjuist is dan ook te achten het oordeel van Rb. Den Haag 3 januari 1983, NJ 1983, 332, dat met betrekking tot de openbaarheid van de zitting 'moet worden aangenomen dat toepassing van art. 20 (oud, P.S.) Wet RO niet de aanwezigheid van pp. en hun raadslieden zou kunnen beletten'.4
Een andere vraag is of onder de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen alleen die van natuurlijke personen verstaan moet worden, of ook die welke een rechtspersoon raakt. Uit de MvT op art. 27 lid 1 Rv nu blijkt dat ook rechtspersonen kunnen aandringen op behandeling met gesloten deuren om te voorkomen dat vertrouwelijke bedrijfsgegevens in de openbaarheid komen.5