Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/2.3
2.3 Elementen
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS580392:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2 Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten en Beleidsregels beoordelingskader poortwachter par. 7.4.
De adressaat bij Verdragen is de Nederlandse Staat, die voorwaardenscheppend moet optreden en niet zozeer zelf ondersteunend.
De taak van het UWV staat in art. 30a Wet SUWI, de plicht mee te werken in art. 26 lid 1 aanhef en sub k, l en m WW, art. 30 lid 4 jo. 30a lid 1 ZW en art. 29 en 30 WIA.
Art. 9 lid 1 WWB.
Art. 7:660a jo. 629 lid 3 aanhef en sub d BW.
Intern of extern, art. 13, art. 14 lid 1 en art. 14a Arbeidsomstandighedenwet.
Art. 33 lid 1 jo. art. 34 lid 4 Arbeidsomstandighedenwet. Niettemin geven de beleidsregels ex art. 34 lid 5 Arbeidsomstandighedenwet weer dat een boete variërend van € 100,- tot € 900,- als normbedrag geldt, afhankelijk van de grootte van het bedrijf (Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving, beleidsregel 33).
De manier waarop in wet- en regelgeving, de literatuur en (sporadisch) de wetsgeschiedenis het begrip of de notie re-integratie wordt gebruikt laat een paar elementen zien.
Ten eerste het element van de terugkeer van niet-werken naar werken. ‘Terugkeer’ laat zien dat er onderscheid zit tussen re-integratie en integratie. Bij re-integratie gaat het niet om een eerste arbeidsinschakeling: dat is integratie. Re-integratie speelt in de situatie van werken, gevolgd door niet-werken door de een of andere oorzaak en de daaropvolgende terugkeer naar werk. Als gezegd gaat het om een gewenste terugkeer.
Als tweede element is terug te vinden dat het behoud of herstel van de mogelijkheid om te werken staat náást de actieve bevordering van de terugkeer. Re-integratie kent dus twee vormen. De ene vorm is het opheffen of het inpassen van de beperkingen van de werknemer, zodat hij in staat is om te werken. Bij opheffen denk ik aan het genezen van de medische beperking en bij inpassen aan het ‘werkbaar’ maken van de beperking. Daarnaast de andere vorm waarin wordt geprobeerd er voor te zorgen dat de werknemer concreet aan de slag gaat. Anders gezegd: het mogelijk maken naast het doen; het herstel naast het inschakelen; het vergroten van kansen naast het benutten van concrete mogelijkheden.
Een logische gedachte zou zijn dat eerst de beperkingen moeten worden opgeheven of ingepast om daarna te proberen concreet weer aan de slag te gaan. De werknemer die een rugoperatie ondergaat om zijn beperking op te heffen, zal eerst van de operatie moeten herstellen om daarna geleidelijk aan zijn eigen werk weer te kunnen hervatten. Maar deze twee vormen van re-integratie zijn niet noodzakelijk volgtijdelijk. De werknemer die arbeidsongeschikt is vanwege psychische problemen moet werken aan het opheffen van zijn beperkingen bijvoorbeeld door in therapie te gaan. Tegelijkertijd kan hij mét zijn psychische problemen wellicht wel andere werkzaamheden verrichten. In zo’n situatie lopen de twee vormen naast elkaar. Aan beide vormen van re-integratie moet tegelijkertijd worden gewerkt.
Denkbaar is dat de beperkingen van de werknemer niet zijn op te heffen. Bij de werknemer die een been moet missen hebben inspanningen voor het opheffen van de beperking niet zoveel zin. In dat geval is het enige vorm van re-integratie het inpassen van de beperkingen van de werknemer zodat hij in staat is te werken, bijvoorbeeld door het aanmeten van een prothese. Ook hier geldt dat tegelijkertijd moet worden geprobeerd de aanwezige werkcapaciteit te benutten. Andersom is moeilijk denkbaar dat de beperkingen wél zijn op te heffen maar actieve bevordering (tegelijkertijd of daarna) niettemin toch niet mogelijk is. De gedachte bij re-integratie in de relevante wetgeving is nu juist dat er altijd ergens nog een sprankje arbeidsgeschiktheid te vinden is, hetzij al tijdens het behandelproces, hetzij erna. Zolang dat sprankje nog bestaat, moeten er (op enig moment) actieve inspanningen worden gepleegd. Wordt geoordeeld dat een werknemer geen duurzaam benutbare mogelijkheden meer heeft dan hoeven werkgever en werknemer zich verder niet meer voor re-integratie in te spannen.1 Actieve bevordering van de terugkeer is bij de huidige stand van zaken dus een essentieel onderdeel van re-integratie, al dan niet in combinatie met opheffen of inpassen van beperkingen en uitgezonderd als er geen duurzaam benutbare mogelijkheden bestaan.
Het derde element vloeit voort uit de term ‘bevordering’. Bevordering houdt in dat (ook) anderen dan de te re-integreren persoon de terugkeer van niet-werken naar werken actief stimuleert. De adressaat van bijna alle relevante wetgeving is die ander: het UWV, het college van B&W, de werkgever.2 Die ander is veelal ook degene die verantwoordelijk is voor het inkomen van de te re-integreren persoon. Het terugkeren in werk gebeurt dus niet (alleen) op eigen kracht: de persoon die moet worden gereintegreerd, krijgt daarbij hulp van zijn inkomensverschaffer. Het UWV geeft die hulp bijvoorbeeld aan WW-, ZW- en WGA-gerechtigden, die daarvan gebruik moeten maken.3 Een bijstandsgerechtigde is verplicht mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling en is verplicht gebruik te maken van daarop gerichte voorzieningen die het college van B&W hem biedt.4 De werknemer is verplicht gevolg te geven en mee te werken aan door de werkgever (of een door hem aangewezen deskundige) gegeven redelijke voorschriften en maatregelen gericht op het verrichten van de eigen of andere passende arbeid, op straffe van verlies van het recht op loon.5 Dit element is daarmee niet vrijblijvend: er bestaat een verplichting om de ondersteuning te accepteren op straffe van een sanctie. Dat hangt samen met de gewenstheid van terugkeer naar werk: die gewenstheid is kennelijk zo sterk dat het daar niet aan mee werken ‘straf’ oplevert. Een bijzondere situatie bij arbeidsongeschiktheid betreft die van de werkgever, als de organisatie náár wie moet worden gere-integreerd. Ook hij krijgt hulp. Bij arbeidsongeschiktheid is hij verplicht voor de re-integratie bijstand van deskundigen in te roepen.6 Dit is evenmin vrijblijvend: schakelt de werkgever geen deskundige in (bedrijfsarts, deskundige eigen werknemers of een arbo-dienst) dan riskeert hij een boete van ten hoogste € 9.000,-.7 Één kanttekening: niet elke deskundige ondersteuning is verplicht. Een werkgever is bijvoorbeeld niet verplicht een re-integratiebedrijf in te schakelen.
Mijn tussenconclusie over de gehanteerde begrippen binnen het sociaal recht is dat het bij re-integratie gaat om: het door actieve bevordering (en zonodig herstel of behoud van de mogelijkheid om te werken), met niet-vrijblijvende ondersteuning door of namens de inkomensverschaffer, bereiken van de gewenste terugkeer van niet-werken naar werken.