Einde inhoudsopgave
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/5.1
5.1 BEGRIJPELIJKE UITLEG OP PRAGMATISCHE GRONDEN ALS BASIS VOOR GEZAG
Reindert Kuiper, datum 30-04-2014
- Datum
30-04-2014
- Auteur
Reindert Kuiper
- JCDI
JCDI:ADS616708:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Van den Brink 2002, p. 111-112, die concludeert (naar aanleiding van rapporten over de Bijlmerramp en de Vuurwerkramp) dat burgers als het gaat om veiligheid openheid willen en volledige informatie over wie fouten heeft gemaakt en welke verbeteringen kunnen worden doorgevoerd.
WRR 2013, p. 44.
Corstens 2009. De toegenomen vraag naar veiligheid eist vooral bij uitspraken die niet tot een veroordeling leiden om een betere motivering, zo stelt ook Bannier 2007, p. 172.
Van den Brink 2008, p. 39-41. Zie ook: Van den Brink 2002, p. 111-112, die concludeert (naar aanleiding van rapporten over de Bijlmerramp en de Vuurwerkramp) dat burgers als het gaat om veiligheid openheid willen en volledige informatie over wie fouten heeft gemaakt en welke verbeteringen kunnen worden doorgevoerd.
Van den Brink 2002, p. 111-112 en p. 127-128.
Dit sluit aan bij de stelling van Loth & Mak 2007 dat de rechtspraak zou moeten streven naar een interactiever en communicatiever opstelling.
In het meest extreme geval kan daar waar de burger zich op het gebied van de rechtshandhaving door de overheid teleurgesteld voelt door een gebrek aan effectief optreden, een voedingsbodem ontstaan voor eigenrichting, zo waarschuwen Wesselink, Van Dissel & Van Rhee 2007, p. 203.
Loth & Mak 2007, p. 72 en p. 80. Anders geformuleerd dat ‘de legitimiteit van het rechterlijk oordeel niet alleen wordt bepaald door de juridische kwaliteit ervan, maar ook door de manier waarop het vonnis “op anderen overkomt”‘, vgl. Huls & Vermeer 2007, p. 189. Zie ook Ministerie van Justitie 2007, p. 22.
Kaptein 2000, p. 30.
Wesselink, Van Dissel & Van Rhee 2007, p. 202 en Huls & Vermeer 2007, p. 190.
Van Kuijck 2007, p. 198-199.
Chavannes 2011.
WRR 2013, p. 17 en p. 54.
WRR 2013, p. 89
Zo luidt het in de Visie op de rechtspraak, vastgesteld op 24 maart 2010 door de Raad voor de rechtspraak, Den Haag: OBT bv 2010, p.10.
Boutellier 2011, p. 20 en 37.
Vranken 2010, p. 50.
Zie par. 2.9.3.
In het algemeen geldt dat de overheid wordt geacht meer nadrukkelijk verantwoording af te leggen voor haar besluiten. Zij wordt door professionals en gewone burgers via de media kritisch gevolgd.1 Dit geldt ook voor rechterlijke beslissingen. Het volstaat niet om de regels en de uitkomst bekend te maken. Volgens een recente WRR-verkenning willen burgers betrokken worden bij de daaraan voorafgaande afweging: de overheid moet haar denken inzichtelijk maken.2 Om aansluiting te behouden met de samenleving, zullen rechters steeds goed moeten uitleggen waarom zij een bepaalde beslissing hebben genomen, zo signaleert Corstens. Hij betoogt dat voor het vertrouwen in de rechtspraak belangrijk is dat juist beslissingen waarvan verwacht kan worden dat zij onder vuur komen te liggen, goed gemotiveerd worden.3 De beslissingen over de gevolgen van vormfouten behoren ontegenzeggelijk tot die categorie. Voor de gedachte dat dit niet alleen geldt bij toepassing van rechtsgevolgen die aan berechting in de weg staan, maar ook als aan een vormfout geen ingrijpende gevolgen worden verbonden, biedt voormeld citaat van Bouttelier een aanknopingspunt.4
Van den Brink betoogde in 2008 dat rechters bij de motivering van hun beslissing directer de interactie met dat publiek moeten aangaan door de nadruk niet te leggen op technisch-juridische, maar op normatieve aspecten. Een beroep op traditie of hiërarchisch gezag werkt daarbij contraproductief.5 Voor het gezag van rechterlijke uitspraken is belangrijk dat de rechter in zijn motivering rekening houdt met maatschappelijke opvattingen.6 Dat wil niet zeggen dat zijn beslissing bij de opvatting van de meerderheid moet aansluiten, maar wel dat hij weet wanneer dat niet zo is en tegen die achtergrond zijn beslissing zo goed mogelijk uitlegt. Het onbevredigende aan mislukte vervolgingen door strikte – door de rechter ontwikkelde – regels of ingrijpende reacties op vormfouten is gemakkelijk invoelbaar.7 Overtuigend motiveren waarom dan toch in sommige gevallen zulke regels en reacties nodig zijn, vergt veel uitleg. Indien door de vormfout bijvoorbeeld de betrouwbaarheid van het verkregen bewijsmateriaal is aangetast, is die uitleg begrijpelijk. Als een dergelijk geval zich niet voordoet en de argumenten voor de toepassing van een ingrijpende reactie een hoger abstractieniveau hebben, wordt de toepassing daarvan niet enkel aan het gemiddelde lid van de samenleving moeilijker uit te leggen, maar ook onder ingewijden meer voor discussie vatbaar. Juist in die gevallen wordt een zwaar beroep gedaan op de overtuigingskracht van de motivering van de beslissing en de presentatie daarvan.
Voor het maatschappelijk gezag van de rechtspraak is cruciaal dat zij niet alleen door vakgenoten wordt begrepen en aanvaard.8 ‘Juristen’, zo schrijft Kaptein, ‘verwijzen naar de “eigen rationaliteit” van de strafvordering, buitenstaanders begrijpen er niets van maar dreigen wél hun vertrouwen in het systeem te verliezen’.9 Helder taalgebruik en een duidelijke toelichting van uitspraken zijn van groot belang. Het publiek moet kunnen begrijpen waarom er gebeurt wat er gebeurt.10 Van Kuijck bepleit in dit verband een ‘schematisering van beslissingen in moeilijke zaken aan de hand van belangen, doelen en rechtsbeginselen en de daarbij behorende argumenten’.11 Chavannes stelt in zijn rechtspraaklezing dat aanzien door de rechtspraak moet worden verdiend en ‘zo weer het raam kan uitvliegen’ en dat dit de rechtspraak voor de taak stelt te zorgen dat voldoende mensen begrijpen wat rechtspraak is en waarom een rechtsstaat niet zonder kan. Volgens hem werkt dat alleen als rechters ‘van Middelburg tot Almelo’ iedere dag uitdragen wat recht is. Het mooiste zou volgens Chavannes zijn ‘als de magistratuur zich iets meer eigen zou maken van de Britse essaycultuur, die met een welhaast meeslepende argumentatiestijl het vonnis logisch en rechtvaardig doet klinken’.12 Dat ‘schematisch’ en ‘meeslepend’ in dit opzicht geen onverenigbare grootheden zijn, kan worden geïllustreerd aan de hand van de beslissingen van het Amerikaanse Hooggerechtshof. In de recente WRR-verkenning wordt bekritiseerbaarheid ‘het veel meer openstellen en publiekelijk bediscussieerbaar maken van bepaalde delen van het denken en handelen van de rechtspraak’, ‘het bespreekbaar maken van de overwegingen en afwegingen die achter het stellige oordeel van de rechter schuilgaan’13 en een ‘communicatieve houding’ bepleit.14
Een ander voor het reageren op vormfouten belangrijk aspect uit de discussie over het maatschappelijk gezag van rechter, is de steeds sterkere nadruk op de vraag of iets praktisch werkt. ‘Aan beslissingen wordt steeds vaker de eis gesteld dat deze ‘evidence based’ zijn’,15 ‘Hedendaags gezag ontstaat daar waar het zich als relevant bewijst’ en ‘De besturing van onze samenleving staat vooral in het teken van het pragmatisme. Want als niemand het weet, kiezen we maar wat “het beste” lijkt: good practices, effectieve interventies, evidence-based policy’, zo analyseert Boutellier.16 Dat betekent dat de strafrechter moet weten wat werkt en dat vereist empirisch onderzoek. Empirische kennis is niet alleen van belang om weloverwogen beslissingen te kunnen nemen, maar biedt ook een stevige basis voor overtuigende minder dogmatisch en meer pragmatische motivering van die beslissingen. ‘Leiderschap wordt getoond’, zo schrijft Vranken, ‘in de diepte en de breedte van de motivering die in voorkomende gevallen niet strikt juridisch dogmatisch kan blijven, maar op zoek gaat naar meer feitelijke grondslag en oog heeft voor onderliggende waarden en te maken keuzen.’17
De pragmatische benadering die ik voorsta wat betreft de rechtspraak over het controleren en reageren op vormfouten18 sluit hierop goed aan. Het tegendeel is waar voor de vroeger gangbare weinig tot niet expliciet gemotiveerde rechtspraak die in de literatuur van een vrij dogmatische argumentatie werd voorzien.