Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/5.3.5
5.3.5 De wettelijke taakomschrijving van de raad van commissarissen en de raad van toezicht; uniformeren?
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS390916:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In het Voorontwerp btrp was voorgesteld om de taak van leden van het toezichthoudend orgaan van stichtingen vast te leggen in een eigen artikel 2:292a lid 2.
In de Concept MvT p. 28 was het volgende te lezen: “Met het voorgestelde tweede lid wordt een einde gemaakt aan de huidige situatie waarin de taak van het toezichthoudend orgaan niet nader in de wet is omlijnd. De wet schrijft slechts voor dat leden van het toezichthoudend orgaan de jaarrekening van de stichting medeondertekenen (artikel 2:300 lid 2 BW) en dat de jaarrekening wordt vastgesteld door het toezichthoudend orgaan als de statuten deze bevoegdheid niet aan een ander orgaan toekennen (artikel 2:300 lid 3 BW). Deze situatie kan ertoe leiden dat het toezichthoudend orgaan zich (te) passief opstelt met schade voor de betreffende stichting als gevolg.”
MvT btrp, p. 2-3.
Hierover merkte de Concept MvT op p. 28 op: “Voorts ligt de term “organisatie” in het kader van een algemene regeling meer voor de hand dan “onderneming” omdat verenigingen en stichtingen weliswaar een onderneming kunnen drijven, maar zulks niet altijd het geval is.” Volgens sommige auteurs is het woord “organisatie” beperkter is dan het woord “onderneming”. Volgens de wetgever is met de keuze voor dit woord echter niet bedoeld een inhoudelijke koerswijziging aan te brengen.
Blanco Fernandez 2016, p. 34, e.v.
Een aantal kerntaken van het bestuur en van het toezichthoudend orgaan is bij alle rechtspersonen hetzelfde of vergelijkbaar. Uit het voorstaande volgt dat er in verband met (toezicht op) doelverwezenlijking en beheer van het doelgebonden vermogen niettemin belangrijke accentverschillen zijn tussen stichtingen en andere rechtspersonen.
Taakomschrijving raad van commissarissen van alle rechtspersonen in het Wetsvoorstel btrp
In het Wetsvoorstel btrp is voorgesteld om de taak van de raad van commissarissen van alle rechtspersonen, dus ook de taak van de raad van toezicht van stichtingen, te uniformeren en in één wetsartikel vast te leggen (artikel 11 lid 2 Wetsvoorstel btrp): “De raad van commissarissen heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de rechtspersoon en de daaraan verbonden onderneming of organisatie. De raad van commissarissen staat het bestuur met raad terzijde.”1
De wetgever beoogt hiermee invulling te geven aan de in paragraaf 3.5.4. genoemde aanbevelingen van de Commissie Halsema, om ook de taak van de raad van toezicht duidelijker te maken en nauwkeuriger te omschrijven.2 Een voordeel van het vastleggen van een uniforme taakomschrijving is volgens de MvT btrp dat door een geüniformeerde regeling sprake kan zijn van “kruisbestuiving”: de uitleg die bij de NV en BV aan de regel is gegeven kan ook worden toegepast voor andere rechtspersonen, aldus de MvT btrp.3
De voorgestelde geüniformeerde taakomschrijving is nagenoeg gelijk aan de huidige taakomschrijving voor de raad van commissarissen van NV’s, BV’s, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, die allemaal een onderneming hebben. Vanwege het feit dat niet alle stichtingen (en verenigingen) een onderneming hebben is voorgesteld om in de taakomschrijving op te nemen “de rechtspersoon en de daaraan verbonden onderneming of organisatie”.4
Vooral indien een stichting een (grote) onderneming heeft, kan de hiervoor in de MvT btrp genoemde “kruisbestuiving” naar mijn mening nuttig zijn. De normen die in verband met de invulling van de toezichthoudende taak voor NV’s en BV’s zijn ontwikkeld in Boek 2 BW, in de NCGC en in de jurisprudentie kunnen, met inachtneming van het bijzondere karakter van de stichting, ook van toepassing zijn op ondernemende stichtingen. Wat betreft stichtingen zonder onderneming dient men mijns inziens terughoudender te zijn met het toepassen van deze normen.
Afwijkende wettelijke taakomschrijving bij stichtingen
Sommige auteurs zijn kritisch over het feit dat het Wetsvoorstel btrp voor alle rechtspersonen, commercieel of niet-commercieel, de toezichthoudende taak van de raad van commissarissen in een algemene regeling wil vastleggen.5 Zij menen dat niet-commerciële stichtingen belemmerd worden om hun interne toezicht op hun eigen manier vorm te geven. Ik ben, als gezegd, van mening dat een wettelijke basisregeling voor de raad van toezicht niet aan andere, beperkte vormen van intern toezicht in de weg hoeft te staan. Ik denk dat het juist nuttig is om de toezichthoudende taak voor de raad van toezicht van stichtingen in Boek 2 BW vast te leggen, aangezien een heldere algemene taakomschrijving van de raad van toezicht de basis vormt voor een nadere uitwerking van taken en bevoegdheden in wetgeving, codes en statuten (zie hierover ook paragraaf 9.3 en 9.4).
Ik meen echter dat de wettelijke (basis)taak van de raad van toezicht niet volledig gelijk zou moeten zijn aan de (basis)taak van de raad van commissarissen van andere rechtspersonen. Mijns inziens dient er een nuancering in de taakomschrijving van het bestuur en de raad van toezicht van de stichting aangebracht te worden teneinde een belangrijk verschil met andere soorten rechtspersonen te benadrukken. Ik meen dat het belang van het stichtingsdoel tevens tot uitdrukking zou moeten komen in de wettelijke taakomschrijving van het bestuur en de raad van toezicht. Op die manier is nog duidelijker dan nu dat bestuurders zich moeten richten op de verwezenlijking van het stichtingsdoel en dat leden van de raad van toezicht hierop toe moeten zien.
De wettelijke bestuurstaak zou mijns inziens als volgt dienen te luiden: “Behoudens beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de stichting ter verwezenlijking van het stichtingsdoel.” En de wettelijke taak van de raad van toezicht: “De raad van toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur ter verwezenlijking van het stichtingsdoel en op de algemene gang van zaken in de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie. De raad van toezicht staat het bestuur met raad terzijde.”