Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/7.2.0
7.2.0 Introductie
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS432982:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Een geschil is grensoverschrijdend wanneer het aanknopingspunten heeft met meerdere staten. Niet is vereist dat de aanknopingspunten bestaan met ten minste twee lidstaten. Voor het EEX-Verdrag: HvJ EG 1 maart 2005, C-281/02, Jur. 2005, p. 1-1383, Owusu/Jackson.
PbEU 2003, L 338/1. Zie hoofdstuk 6.
PbEG 2000, L 160/1.
Zie P. Vlas, 'Naar een EG-Verordening IPR-Erfrecht?', WPNR (2003) 6533, p. 391-393; H. 1/5rner, C. Hertel, P. Lagarde & W. Riering, `Auf dem Weg zu einem euroOischen Intemationalen Erbund Erbverfahrensrecht', IPRax 2005, p. 1-8.
Voor het EEX-Verdrag: HvJ EG 13 juli 2000, C-412/98, Jur. 2000, p. 1-5925, NJ2003, 597 (PV), Group Josi/UGIC.
Zie de hoofdstukken 3, 4 en 5.
De EEX-Verordening geeft gemeenschappelijke regels voor de rechtsmacht en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. De bevoegdheidsregels van de EEX-Verordening zijn te vinden in art. 2-24 en 31, en hebben ten doel om zoveel mogelijk zekerheid te bieden over de verdeling van rechtsmacht tussen de verschillende nationale gerechten van de lidstaten waarbij een grensoverschrijdend geschil aanhangig kan worden gemaakt.1 In het algemeen verzekeren de rechtsmachtregels van de EEX-Verordening een voldoende nauwe band tussen het als bevoegd aangewezen forum en het te beslechten geschil. De regels ter zake van de erkenning en tenuitvoerlegging in art. 32-56 EEX-Vo hebben tot doel om de grensoverschrijdende erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen binnen de Europese Unie doeltreffend en snel te laten verlopen.
Het materiële toepassingsgebied van de EEX-Verordening is beperkt tot burgerlijke en handelszaken. De verordening is niet van toepassing op fiscale zaken, douanezaken en administratiefrechtelijke zaken. Het ziet evenmin op de staat en bevoegdheid van natuurlijke personen, het huwelijksvermogensrecht, testamenten en erfenissen, het faillissementsrecht, de sociale zekerheid en de arbitrage (art. 1 lid 1 en lid 2). Voor een aantal van deze uitgesloten onderwerpen bestaan aparte bevoegdheidsregelingen, zoals bijvoorbeeld de Verordening (EG) Nr. 2201/2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid,2 en de Verordening (EG) Nr. 1346/2000 betreffende insolventieprocedures.3 Voor erfrechtelijke en familievermogensrechtelijke zaken zijn aparte regelingen in de maak.4
Het formele toepassingsgebied van de bevoegdheidsregeling is, behoudens art. 22, 23 en 24, beperkt tot gevallen waarin de verweerder woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat (art. 4 lid 1 EEX-Vo). Voor de toepasselijkheid van de verordening zelf is niet vereist dat de eiser zijn woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat.5 Valt een onderwerp buiten het materiële en/of formele toepassingsgebied van de EEX-Verordening, dan wordt bij gebreke van een andere toepasselijke internationale regeling de rechtsmacht in iedere lidstaat geregeld door de interne wetgeving van die lidstaat. Voor Nederland zijn dan de bepalingen in art. 1-14 Rv van belang.6