Afscheid van de klassieke procedure?
Einde inhoudsopgave
Afscheid van de klassieke procedure (NJV 2017-1) 2017/II.8.5:II.8.5 Kei over 10 jaar
Afscheid van de klassieke procedure (NJV 2017-1) 2017/II.8.5
II.8.5 Kei over 10 jaar
Documentgegevens:
B.J. van Ettekoven en A.T. Marseille, datum 08-06-2017
- Datum
08-06-2017
- Auteur
B.J. van Ettekoven en A.T. Marseille
- JCDI
JCDI:ADS305542:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
‘In 2030 zullen computers rechtspreken’; prof.dr. Jaap van den Herik, hoogleraar recht en informatica UL, mr.online.nl 31 oktober 2016.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De ontwikkelingen op het gebied van informatietechnologie gaan zo hard dat 10 jaar vooruitkijken een hachelijke onderneming is. Maar van enkele ontwikkelingen kan worden voorspeld dat die zich zullen doorzetten. Na de inzet van AI in de industrie, transport & logistiek en medische zorg is AI nu ook bezig aan een opmars in de dienstverlening, zoals accountancy en fiscale- en juridische dienstverlening.
AI-systemen bieden nieuwe perspectieven, zowel voor burgers die één keer in hun leven naar de rechter stappen als voor “procestijgers” die veelvuldig met de rechter te maken hebben.
Een van de sterke eigenschappen van AI-systemen die gebruik maken van ‘natural language processing’ is dat (informatie over) recht bereikbaar kan worden voor grote groepen die daartoe nu geen toegang hebben. Gewone burgers en kleine tot middelgrote bedrijven die zich de kosten van een advocaat en de procesrisico’s van een procedure niet kunnen veroorloven. Dan moeten die systemen voor die doelgroep wel beschikbaar komen. Daarbij valt allereerst te denken aan de (Europese) wetgever, die steeds meer en steeds sneller wisselende rechtsregels produceert, vaak zonder te voorzien in adequate informatie. Informatie op websites van Europese instellingen, departementen, provincies en gemeenten is noodzakelijkerwijs algemeen van aard. Tools die rechtzoekenden een actueel en concreet inzicht bieden in de betekenis van die nieuwe regels voor hun rechtspositie ontbreken. Naast de wetgever moet worden gedacht aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om uitvoering te geven aan die regelgeving. Bestuursorganen beschikken vaak al over veel informatie over de burger of het bedrijf en kunnen die informatie met behulp van AI combineren met nieuwe of gewijzigde regels, zodat de rechtzoekende op zijn situatie toegespitste informatie krijgt. Met goede doe-het-zelf systemen (zoals de pensioenwijzer van het ABP) kan een rechtzoekende te weten komen wat zijn rechtspositie is en zijn proceskansen inschatten, waardoor een geformaliseerd geschil kan worden voorkomen.
Indien onverhoopt een geschil ontstaat, dan dient dat zo vroeg mogelijk te worden opgelost, voordat het juridiseert en verhoudingen – soms onherstelbaar – beschadigen. In hoofdstuk 5 betogen wij dat de bezwaarfase nog veel beter kan worden gebruikt om geschillen op te lossen. ODR-systemen kunnen daarbij een rol spelen, al dan niet met een maatwerk aanpak (Gouda) of met de inzet van een mediator.
Voor geschillen die de rechtspraak bereiken zal de komst van AI-systemen ook gevolgen hebben. Allereerst omdat de rechtspraak zal moeten oordelen over geschillen waarover partijen in een eerdere fase AI-systemen hebben geraadpleegd. Hiervoor hebben we aangegeven dat dit de rechtspraak voor nieuwe vragen stelt. Taakopvatting en benodigde kennis spelen daarbij een belangrijke rol. Maar naar verwachting zal de rechtspraak zelf ook AI-systemen gaan inzetten, die steeds geavanceerder worden, mede door ‘machine-learning’. Niet om zaken te beslissen. De argwaan tegen de rechtsprekende computer is daarvoor (te) groot. Niet dat die computer dat niet zou kunnen; in het gros van de geschillen doet die computer dat over 15 jaar veel sneller en consistenter dan de ‘mens-rechter’ dat kan.1 Wij verwachten dat de rechtspraak AI-systemen vooral zal inzetten voor een bijdrage aan conflictoplossing, en bij geschilbeslechting als beslisondersteunend systeem. Het AI-systeem zal het dossier kunnen analyseren, rechtsvragen kunnen formuleren, feiten kunnen ordenen, meedenken, ‘AI-agents’ zullen rechters tips geven, attenderen op soortgelijke zaken, het systeem zal voorzetten doen voor een oplossing of een beslissing, maar – anders dan bij bestuursorganen – zal het systeem niet worden gebruikt om te beslissen. Tegen geautomatiseerd genomen besluiten door bestuursorganen staat bezwaar, beroep en hoger beroep open. Met een reden, namelijk geloof in rechtsbescherming door menselijke rechters, onafhankelijk, onpartijdig en integer, met kennis, inzicht, ervaring en wijsheid. Als we in de rechtspraak de computer laten beslissen, dan kunnen we meteen het hoger beroep en cassatie afschaffen en overstappen op een model met eerste en enige aanleg. De computer van de CRvB weet het niet beter dan die van de rechtbank, het is immers diezelfde computer. We zullen naar verwachting kiezen voor rechters van vlees en bloed die met hulp van AI-systemen bijdragen aan conflictoplossing en beslissen in geschillen. We verkiezen uiteindelijk de ‘human factor’, de ‘mens-rechter’ met zijn creativiteit, empathie, moraal, strategisch inzicht, holistische blik en oog voor veranderende maatschappelijke opvattingen, waardoor hij in staat is tot rechtsontwikkeling, boven een machine. Zelfs als die mens humeurig is, inconsistent en niet voor de volle 100% ‘up-to-date’ en – mede daardoor – fouten maakt. Althans... vooralsnog.