Uitkoop van minderheidsaandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/6.4.4:6.4.4 Certificaten en het stemrechtvereiste
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/6.4.4
6.4.4 Certificaten en het stemrechtvereiste
Documentgegevens:
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS601101:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
OK 7 december 2010 (ro. 3.10), JOR 2011/45 (Corporate Express).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook een houder van bewilligde certificaten kan, gelet op de gelijkstelling in art. 2:359a lid 2 BW, een vordering op grond van de bijzondere uitkoopregeling ex art. 2:359c BW instellen. Hij dient hiervoor vanzelfsprekend aan het kapitaal- en stemrechtvereiste te voldoen (zie voor het kapitaalvereiste § 6.3.4).
De berekening van het stemrechtvereiste met betrekking tot certificaten is minder eenvoudig omdat in beginsel alleen aan aandelen stemrecht is verbonden. Een certificaathouder komt slechts onder omstandigheden het stemrecht toe op basis van een volmacht afgegeven door het administratiekantoor. Is dit voor toepassing van de uitkoopregeling genoeg om te voldoen aan het stemrechtvereiste?
In de uitkoopprocedure inzake Corporate Express beantwoordt de OK deze vraag bevestigend. Het is ‘voldoende aannemelijk’ dat de uitkopende certificaathouder aan het stemrechtvereiste voldoet, gelet op het feit dat de certificaten op aanvraag inwisselbaar zijn voor aandelen, de certificaathouder onbeperkt en onvoorwaardelijk een stemvolmacht kan krijgen en ieder onderliggend aandeel recht geeft op één stem.1
Uit de beslissing van de OK volgt echter niet of aan het stemrechtvereiste is voldaan, indien de certificaten niet volledig royeerbaar zijn of het administratiekantoor slechts onder voorwaarden een stemvolmacht afgeeft. Hierover bestaat vooralsnog onduidelijkheid.
Gelet op de gedachte die aan het stemrechtvereiste ten grondslag ligt, acht ik deze omstandigheden niet relevant. Het vereiste is bedoeld om te voorkomen dat een minderheid met meer dan 5% van het stemrecht onderwerp kan zijn van een uitkoopprocedure (§ 6.4.2). Doorslaggevend is dus het aantal stemmen dat verbonden is aan de (certificaten van) aandelen van partijen en niet of de certificaathouder daadwerkelijk het stemrecht kan uitoefenen of de certificaten kan inwisselen voor aandelen. Hiervoor gaat dezelfde argumentatie op als voor de schorsing of de vervreemding van het stemrecht (§ 6.4.3 sub c).