Lokale democratische innovatie
Einde inhoudsopgave
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/6.1:6.1 Inleiding
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. J. Westerweel , datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
mr. drs. J. Westerweel
- JCDI
JCDI:ADS248482:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Evaluatie Sociale Raad, p. 20.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het vorige hoofdstuk bleek dat de Sociale Raad bedoeld was als een tweede democratisch gelegitimeerde volksvertegenwoordiging naast de gemeenteraad. Tegelijkertijd werden er geen bevoegdheden aan de Sociale Raad overgedragen en bleef deze dus van de raad afhankelijk voor implementatie van zijn oordelen. De ruimte die de raad op zijn beurt weer kon geven aan het experiment, wordt bepaald door het wettelijk kader. De raad is het enige bij wet vastgelegde democratisch gelegitimeerde orgaan op gemeentelijk niveau, wat uiteraard bepaalde rechten maar ook verplichtingen met zich meebrengt. In dit hoofdstuk staat de betekenis van deze positie van de raad centraal. In paragraaf 6.2 wordt allereerst besproken wat verstaan moet worden onder het vertegenwoordigingsaspect van de raad. In de evaluatie van de Sociale Raad komt dit onderwerp slechts zijdelings ter sprake, maar hetgeen erover gezegd wordt, biedt aanleiding voor het stellen van een interessante vraag. Enkele raadsleden vonden zoals gezegd het aantal deelnemers onvoldoende representatief voor de inwoners van Peel en Maas. In een soort terzijde werd daarover in de evaluatie opgemerkt dat dit ‘een op het oog wat merkwaardig argument [is], want volgens dezelfde redenering zou hetzelfde gezegd kunnen worden voor het aantal leden van de gemeenteraad’.1 De vraag is dan of vertegenwoordiging door de raad door dezelfde bril moet worden bekeken als vertegenwoordiging door de Sociale Raad. Om te achterhalen wat het betekent dat de raad de gehele bevolking van de gemeente vertegenwoordigt (artikel 7 Gemeentewet), wordt in paragraaf 6.2 aandacht besteed aan het lastverbod voor gemeenteraadsleden, de ontwikkeling van het kiesrecht en het fenomeen zelfbinding. Zoals zal blijken, is de betekenis van vertegenwoordiging in de loop der jaren aan verandering onderhevig geweest. In paragraaf 6.3 wordt vervolgens besproken wat het betekent voor de raad om aan het hoofd van de gemeente te staan. De grondwetgever van 1983 kende de raad deze positie toe omdat hij het enige democratisch gelegitimeerde orgaan op gemeentelijk niveau is. Ook de betekenis van het hoofdschap is in de loop der jaren aan verandering onderhevig geweest. In de paragraaf wordt dat onder andere toegelicht aan de hand van het vervaagde onderscheid tussen autonomie en medebewind en de discussies over het hoofdschap rondom de dualisering van het gemeentebestuur in 2002. Paragraaf 6.4 sluit af met een conclusie.