Lokale democratische innovatie
Einde inhoudsopgave
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/6.3:6.3 Het hoofdschap van de raad
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/6.3
6.3 Het hoofdschap van de raad
Documentgegevens:
mr. drs. J. Westerweel , datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
mr. drs. J. Westerweel
- JCDI
JCDI:ADS248558:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het tweede in dit hoofdstuk te behandelen concept betreft het hoofdschap van de gemeenteraad, vastgelegd in artikel 125 lid 1 Grondwet. Dit artikel is een van de kernbepalingen van het constitutionele bestel op lokaal niveau en luidt: ‘aan het hoofd van de provincie en de gemeente staan provinciale staten onderscheidenlijk de gemeenteraad. Hun vergaderingen zijn openbaar, behoudens bij de wet te regelen uitzonderingen.’ Uit deze bepaling volgt dat de raad en provinciale staten een centrale rol in respectievelijk het gemeentelijk en provinciaal bestel innemen. De eerste volzin van de bepaling heeft sinds 1848 onafgebroken in de Grondwet gestaan. Desondanks, of misschien juist mede daardoor, is het zeer lastig gebleken om vast te stellen wat het betekent om aan het hoofd van de gemeente of provincie te staan. Daarvoor is het nodig de historische ontwikkeling van de bepaling in relatie tot andere Grondwets- en Gemeentewetsbepalingen te beschrijven. Dat helpt om structuur aan te brengen in de discussie over de betekenis van het hoofdschap en om de ratio achter het grondwettelijk gebod helder te krijgen. Aan het einde van deze paragraaf zal blijken dat het hoofdschap van de raad vóór 1983 weinig zelfstandige betekenis had maar dat het vooral in samenhang met andere grondwettelijke bepalingen werd gelezen. Na de grondwetswijziging van 1983 en de dualisering van 2002 lijkt er zich juist een tegenovergestelde ontwikkeling voor te doen: met het verdwijnen en wijzigen van inhoudelijke bepalingen uit de Grondwet en Gemeentewet krijgt het hoofdschap in discussies een meer materiële invulling.
6.3.1 Principieel monistisch6.3.2 De mogelijkheid om te delegeren6.3.3 Van driekringenleer naar vervaagd onderscheid6.3.4 Staatscommissies voorafgaand aan de grondwetsherziening van 19836.3.5 De grondwetsherziening van 19836.3.6 De gemeentewet 19926.3.7 De dualisering van 20026.3.8 Het hoofdschap en de gekozen burgemeester6.3.9 Het hoofdschap vandaag de dag6.3.10 Tussenconclusie: de betekenis van het hoofdschap voor initiatieven