Raad zonder raadgevers?
Einde inhoudsopgave
Raad zonder raadgevers? (SteR nr. 42) 2018/6.2.0:6.2 Algemene uitkomsten enquête
Raad zonder raadgevers? (SteR nr. 42) 2018/6.2.0
6.2 Algemene uitkomsten enquête
Documentgegevens:
drs. J.W.M.M.J. Hessels, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
drs. J.W.M.M.J. Hessels
- JCDI
JCDI:ADS575600:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 107a lid 2 GemW voor de griffier en art. 103 lid 2 GemW voor de secretaris.
Art. 33 lid 3 GemW.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ofschoon de respons op de uitgevoerde enquête relatief hoog is, valt op dat veel respondenten spontaan erop wijzen dat de onderwerpen ‘ambtelijke bijstand’ en ‘fractieondersteuning’ in hun gemeente niet tot problemen leiden. Zij zien – zoals verder zal worden uitgewerkt in de afzonderlijke paragrafen over de uitkomsten van de enquête met betrekking tot deze onderwerpen – een zo min mogelijk gereguleerde toegang van raadsleden tot de reguliere ambtelijke organisatie als teken van flexibel en ‘ontschot’ werken en van op alle manieren meewerken aan de democratische controle van het gemeentebestuur.
Wat ook opvalt, is dat veel gemeenten ofwel de dwingende voorschriften omtrent de ondersteuning van gemeenteraad en college van burgemeester en wethouders niet kennen, ofwel bewust deze voorschriften naast zich neerleggen. Vaak doen ze dit ook nog met redenen omkleed, zoals zal blijken in de paragraaf over fractieondersteuning, waar een groot aantal gemeenten dit in de Gemeentewet vastgelegde recht uit bezuinigingsoverwegingen in het geheel niet heeft uitgevoerd. Hetzelfde geldt voor de imperatief in de Gemeentewet geregelde ambtsinstructies voor raadsgriffier en gemeentesecretaris, die bij veel gemeenten niet zijn vastgesteld dan wel in een andere regeling zijn geïncorporeerd.
Bij een analyse van de gesloten vragen uit de enquête over het al dan niet beschikken over de in de Gemeentewet voorgeschreven ambtsinstructies1 voor de griffier en de gemeentesecretaris en de Verordening ‘Ambtelijke bijstand en fractieondersteuning’2 blijkt dat er weliswaar significante verschillen zijn te constateren als de data worden gerangschikt naar provincie, grootteklasse of overwegende politieke signatuur, maar dat deze afwijkingen niet te herleiden zijn tot een structurele trend. Bij de diverse onderdelen zal hierna teruggekomen worden op de geconstateerde afwijkingen.
Naast de kwantitatieve data komt uit de enquête ook een groot aantal kwalitatieve opmerkingen en constateringen voort. Veel respondenten geven een meer of minder uitvoerige omschrijving van de wijze waarop hun gemeente omgaat met ambtelijke bijstand en fractieondersteuning en welke instrumenten daarbij worden toegepast. Deze opmerkingen vormen een kleurrijke illustratie van de toepassing van ambtelijke bijstand en fractieondersteuning in de Nederlandse gemeenten anno 2016.