Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/10.5.3.1
10.5.3.1 Inleiding
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS375831:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
OK 28 december 1981, NJ 1983/25 m.nt. Maeijer (Diesel Holland); OK 26 juni 1986, NJ 1988/99 m.nt. Maeijer (Van der Klis); OK 16 april 1987, NJ 1988/183 (Stolk); OK 3 augustus 1995, rekestnr. 242/95 OK (Vie d’Or); OK 22 juni 2000, JOR 2000/173 m.nt. Josephus Jitta gevolgd door OK 26 oktober 2000, JOR 2000/240 (De Vries Robbé).
OK 2 juni 1988, rekestnrs. 7/88 OK, 10/88 OK, 12/88 OK (Jurgens Assurantiën Nijmegen).
OK 17 maart 1983, NJ 1984/462 m.nt. Maeijer (Handelsvereeniging); OK 16 juli 1987, NJ 1988/579 m.nt. Maeijer (Briljant); OK 8 oktober 1987, NJ 1989/270 m.nt. Maeijer (Van der Klis); OK 3 december 1987, rekestnrs. 18/87 OK en 19/87 OK (Ogem); OK 7 december 1989,NJ 1990/242 (Bredero) en OK 9 juli 1998, JOR 1998/122 m.nt. Janssen (Vie d’Or).
De A-G maakt tot op heden weinig gebruik van zijn enquêtebevoegdheid. Hij dient slechts vijf keer een enquêteverzoek in.1 Zijn optreden in het enquêterecht is niettemin succesvol te noemen. Alleen in de Stolk-beschikking verklaart de OK het enquêteverzoek van de A-G niet ontvankelijk, omdat hij het verzoek pas heeft ingediend ter terechtzitting. In één procedure verzoekt de A-G tot het instellen van een nader onderzoek. De OK wijst dit verzoek af. Uit het onderzoeksverslag blijkt namelijk dat sprake is van wanbeleid, maar er zijn volgens de OK geen gronden aanwezig die een nader onderzoek rechtvaardigen.2 In zes zaken dient de A-G een verzoek in tot het treffen van (onmiddellijke) voorzieningen.3 In de De Vries Robbé-beschikking treedt de A-G bij mijn weten voor de laatste keer op in een enquêteprocedure.