Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.2.2
6.2.2 Kapitaalvennootschappen
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS395537:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Akveld, J.E.M. et al. (2001), 'Hoofdstukken handelsrecht', Deventer: Kluwer, blz. 129.
Schilfgaarde, P. van (2009), 'Van de BV en de NV', Deventer: Kluwer, nr. 6.
Kluiver, H.J. de et al. (2004), 'Vereenvoudiging en flexibilisering van het Nederlandse BV-recht: Rapport van de expertgroep ingesteld door de Minister van Justitie en de Staatssecretaris van Economische Zaken', Den Haag: 6 mei 2004.
Schilfgaarde, P. van (2009), supra noot 13, nr. 9.
Zaman, D.F.M.M. (2009), 'De rechtspersoonlijkheid van de OVR en de CVR nader belicht', Tijdschrift voor ondernemingsbestuur 2009-3, blz. 85-92.
Zaman, D.F.M.M. (2009), supra noot 16, blz. 85-92.
Raaijmakers, M.J.G.C. (2003b), 'Reorganisaties van personenvennootschappen in het ontwerp Titel 7.13 NBW', WPNR 03/6524, blz. 246-253.
Schilfgaarde, P. van (2009), supra noot 13, nr. 6.
Tot de categorie kapitaalvennootschappen behoren de naamloze vennootschap (`NV') en de besloten vennootschap (BV'). Hoewel reeds in het Romeinse recht sporen van de huidige rechtspersonen zijn te vinden en reeds in de Middeleeuwen de kerk als een zelfstandig corpus werd gezien, is het daadwerkelijk ontstaan van de rechtspersoon van aanzienlijk recenter datum.1 Van beide rechtsvormen heeft de NV de langste historie. De historie van de NV gaat terug tot de Vereenigde Oost-Indische Compagnie, opgericht bij octrooi (bewilliging met monopolieverlening) van de Staten-Generaal van 20 maart 1602.2 Na de invoering van de nieuwe wetgeving in 1838 en herziening daarvan in 1928, is de belangrijkste wijziging in de wetgeving doorgevoerd in 1971. Naast aanpassingen en toevoegingen van de bepalingen voor de NV, werd de rechtsvorm de BV geïntroduceerd als uitvloeisel van de eerste EEG-richtlijn. De BV is in het Nederlandse recht geïntroduceerd als grotendeels een kloon van de NV, en wordt daarom ook wel een 'quasi-NV' genoemd. Over een eigen karakter van de BV is toentertijd nauwelijks nagedacht.3 De huidige opzet van beide titels is daarom geheel gelijk en voor een groot deel zijn de bepalingen zelfs identiek.4
De NV, waaraan bij de Wet van 1928 (al in de rechtspraak aanvaarde) rechtspersoonlijkheid werd toegekend, werd lange tijd beschouwd als een contractuele rechtsbetrekking die door overeenkomst ontstond.5 Tot 1976 waren de NV en de BV (naast de VOF en de CV) blijkens artikel 15 oud WvK species van het genus maatschap. Het artikel bepaalde dat de verbintenissen van vennootschappen van koophandel geregeerd werden door de overeenkomst van partijen, door de bijzondere wetten van de koophandel en door het burgerlijk recht. Voor de NV en de BV leidde dat echter tot ongerijmdheden. In de loop van de 20e eeuw is de opvatting dat de NV (en later ook de BV) als een gekwalificeerde maatschap zou moeten worden beschouwd, gewijzigd. Daaruit is de institutionele rechtsopvatting ontstaan op grond waarvan de rechtsvorm losstaat van haar oprichters en aandeelhouders.6 Artikel 15 oud WvK werd in 1976 zodanig gewijzigd dat de schakelbepaling niet meer werkte voor de NV en de BV.7 Bij de invoering van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is de regeling van de BV en de NV van het Wetboek van Koophandel naar Boek 2 overgebracht. Per 1 januari 1992 is ten slotte een aangepaste versie van Boek 2 in werking getreden als onderdeel van de Invoeringswet Boeken 3, 5 en 6 NBW (IW3-6).8