De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht
Einde inhoudsopgave
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/6.7.0:6.7.0 Introductie
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/6.7.0
6.7.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. K. Frielink, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. K. Frielink
- JCDI
JCDI:ADS631702:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een vraag die bij mij opkwam was of de wettelijke regeling zou moeten worden aangepast als zou worden uitgegaan van mijn conclusies naar aanleiding van de analyse van het fenomeen quasi-bestuurder tegen de achtergrond van het rechtssysteem en daaraan ten grondslag liggend beginselen. Daarbij stonden mij twee benaderingen voor ogen, die hierna zullen worden besproken.
Terzijde merk ik nog op dat ik, om elke onduidelijkheid weg te nemen wat betreft het bestuursverbod in relatie tot schaduwbestuurders, in par. 5.7.2 heb voorgesteld om aan art. 106b lid 1 Fw een zin toe te voegen:
“Het bestuursverbod strekt zich uit tot de uitoefening van het bestuur als bedoeld in artikel 106d.”
Boek 2 BW van Curaçao bevat alleen een regeling inzake een mogelijk bestuursverbod in het geval dat een rechter een bestuurder van een stichting ontslaat (art. 2:55 lid 3 BW). Dit is niet de plaats om een regeling voor Curaçao uit te werken. Om maximale werking te hebben moet een bestuursverbod zich in ieder geval ook (kunnen) uitstrekken tot handelingen op grond waarvan een persoon kan worden aangemerkt als quasi-bestuurder.