Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht
Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/1.3.2:1.3.2 Doel
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/1.3.2
1.3.2 Doel
Documentgegevens:
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955461:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Vranken Algemeen deel**** 2014, nr. 8; Smits 2009, p. 31, 134-135.
Westerman & Wissink, NJB 2008/440, afl. 9.
Zie Sieburgh, NJB 2008/3, afl. 1: “Hetgeen de beslisser om die reden moet doen, is duidelijk maken welke stappen hij zet, zodat hij daarop door de samenleving kan worden aangesproken”.
Hart 1961, p. 128-136.
Asser/Vranken Algemeen deel**** 2014, nr. 10.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderzoek beoogt een bijdrage te leveren aan de rechtswetenschap en nuttige aanknopingspunten te bieden voor de rechtspraktijk.1 De verwachting is dat hiermee ook een bijdrage wordt geleverd aan de bevordering van coherentie en consistentie, en een verfijning, ontwikkeling en verbetering van het rechtssysteem.2 Het systeem is echter geen doel op zichzelf, maar een middel dat kan bijdragen aan een voorspelbare en overtuigende oordeelsvorming.3 Hoewel het rechtssysteem nooit volmaakt duidelijkheid kan geven over de uitkomst van een individueel geschil, leidt een gebrekkig systeem tot willekeur.4 De belangrijkste doelstelling van het onderzoek is dan ook inzichtelijk te maken welke feitelijke omstandigheden aanleiding geven voor een concreet rechtsoordeel en welke rol is weggelegd voor de relevante rechtsregels.5