Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/7.3.1
7.3.1 Uitsluitingsmisbruik
Inge Graef & Jasper van den Boom, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Inge Graef & Jasper van den Boom
- JCDI
JCDI:ADS288395:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Er zijn aanwijzingen dat een dergelijke mogelijkheid is ingebouwd in Uber’s algoritme. Zie in de context van een uitspraak van een Brits ‘Employment Tribunal’ uit 2016, Houwerzijl2017a: ‘Een ongunstige invloed op de reputatie heeft in ieder geval een gebrek aan beschikbaarheid voor een rit (de standaard is een acceptatiepercentage van 80), of na eerdere acceptatie alsnog ritten weigeren’.
Zaak AT.39740 – Google Search (Shopping), (2018/C-9/07), 27 juni 2017.
Persbericht Europese Commissie, ‘Antitrust: Commission opens investigation into possible anti-competitive conduct of Amazon’, 17 juli 2019, beschikbaar via https://europa.eu/rapid/press-release_IP-19-4291_en.htm.
Een mogelijke manier waarop platforms concurrenten kunnen uitsluiten van de markt is door exclusiviteit op te leggen aan platformwerkers. Uber zou bijvoorbeeld in haar contracten met chauffeurs kunnen eisen dat zij exclusief voor Uber rijden en niet op andere platforms tegelijkertijd actief mogen zijn. Dat platforms veelal geen exclusiviteit in hun overeenkomsten eisen kan verklaard worden doordat chauffeurs anders eerder zouden kwalificeren als werknemers in plaats van zelfstandige ondernemers, waardoor het arbeidsrecht van toepassing zou worden. Immers, als Uber wil dat chauffeurs exclusief voor haar rijden, zou dit in de praktijk betekenen dat Uber deze chauffeurs in dienst neemt. Dit levert een interessante interactie op tussen het arbeids- en mededingingsrecht. Doordat platforms toepasselijkheid van het arbeidsrecht willen voorkomen, zullen ze geen exclusiviteit opleggen aan hun platformwerkers waardoor een belangrijke vorm van uitsluitingsmisbruik onder het mededingingsrecht wordt voorkomen.
Wel zijn er andere, minder vergaande manieren waarop bedrijven platformwerkers kunnen beperken of verhinderen om tegelijkertijd voor meerdere opdrachtgevers te werken. Uber zou bijvoorbeeld chauffeurs kunnen straffen die te veel voorgestelde ritten afwijzen door hen minder gunstige ritten voor te stellen en voorrang te geven aan andere chauffeurs die meer loyaal zijn.1 Platforms selecteren immers welke platformwerkers gelinkt worden aan welke consumenten en hebben hiermee een grote mate van controle over het commerciële succes van individuele platformwerkers.
In deze context is de Google Shopping-zaak relevant. In juni 2017 legde de Europese Commissie Google een boete op van 2,42 miljard euro voor het misbruiken van haar machtspositie in de markt voor internetzoekdiensten. Google gaf voorrang aan haar eigen prijsvergelijkingsdienst Google Shopping in de algemene zoekresultaten ten koste van concurrerende prijsvergelijkingsdiensten die door Google’s algoritme gedegradeerd werden in de lijst met zoekresultaten.2 In juli 2019 opende de Commissie een mededingingsonderzoek naar een soortgelijke vorm van zelfbevoordeling door Amazon dat gegevens over transacties gemaakt door derden op haar handelsplatform voor zichzelf zou houden, ten gunste van haar eigen verkoopactiviteiten als retailer.3 Bij de positie van platformwerkers speelt niet zozeer zelfbevoordeling van de activiteiten van het platform een rol, aangezien bedrijven als Uber en Deliveroo in tegenstelling tot Google en Amazon niet verticaal geïntegreerd zijn. Met andere woorden, deze bedrijven concurreren niet met platformwerkers, omdat ze zelf geen ritten aanbieden of gerechten bezorgen aan consumenten. Ze vormen ‘slechts’ de bemiddelaar tussen platformwerkers en consumenten. Alsnog kan de redenering in de Google Shopping-zaak over discriminatie van concurrenten ten voordele van het platform relevant zijn, als deze doorgetrokken kan worden naar vormen van discriminatie door het platform tussen platformwerkers onderling. Dit soort praktijken hebben elementen van zowel uitsluitings- als uitbuitingsmisbruik.