De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting
Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/5.3.7:5.3.7 Samenvatting en conclusies
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/5.3.7
5.3.7 Samenvatting en conclusies
Documentgegevens:
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS387362:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De kerntaak van de raad van toezicht van de stichting ligt, evenals de kerntaak van de raad van commissarissen van andere rechtspersonen, in het verlengde van de bestuurlijke taak. Meer concreet: de raad van toezicht houdt toezicht op het beleid van het bestuur en op (de wijze waarop leiding wordt gegeven over) de algemene gang van zaken. Niet alleen de toezichthoudende taak maar ook de adviserende, raadgevende taak vormt een belangrijk onderdeel van het takenpakket van de raad van toezicht.
Naast overeenkomsten tussen de toezichthoudende taak van de raad van toezicht van de stichting en de raad van commissarissen van andere rechtspersonen, bestaan er ook verschillen. Het bestuur en de raad van toezicht van de stichting zijn, net als het bestuur en de raad van commissarissen van andere rechtspersonen, gericht op (toezicht op) de verwezenlijking van het doel. Uit het doel volgt wie begunstigden van de stichting zijn. Degenen die een bijdrage leveren aan het vermogen van de stichting (geldverstrekkers), doen dat met het oog op het daarmee te verwezenlijken stichtingsdoel. Bij de stichting worden het statutaire doel en het feitelijke doel niet door leden of aandeelhouders (mede) bepaald of ingekleurd.
Leden en aandeelhouders kunnen middels de algemene vergadering besluiten het statutaire doel te herzien. Een bestuurder die zich naar het oordeel van de aandeelhouders onvoldoende richt naar hetgeen de aandeelhouders voor ogen hebben, kan ontslagen worden door de algemene vergadering. Slechts degenen die als belanghebbende van de stichting worden aangemerkt in de zin van artikel 2:298 BW kunnen via de rechter ontslag van stichtingsbestuurders vorderen.
Bestuurders en, in het verlengde daarvan, leden van de raad van toezicht van een stichting dienen zich naar mijn mening bij hun taakuitoefening nadrukkelijker dan bestuurders en commissarissen van andere rechtspersonen te laten leiden door het statutaire stichtingsdoel, waaraan immers het stichtingsvermogen gebonden is. Het statutaire doel van een vennootschap kan heel ruim of vaag zijn, waarmee het bestuur veel beleidsvrijheid heeft, maar de aandeelhouders kunnen deze vrijheid beperken door gebruik te maken van hun wettelijke en statutaire bevoegdheden, zoals bijvoorbeeld de bevoegdheid tot het geven van aanwijzingen.
Net als bij andere rechtspersonen, geldt voor stichtingen dat het doel de stichting beschermt tegen bestuurders die de grenzen van hun bevoegdheden overschrijden. Een concreet en meer gedetailleerd stichtingsdoel geeft het bestuur en de raad van toezicht bovendien, bij gebreke aan leden of aandeelhouders, meer richting en houvast bij de uitoefening van hun taken. Bovendien blijkt uit een concreet doel duidelijker wie wel en niet begunstigden en – in ruimere zin – belanghebbenden bij de stichting zijn.
Anders dan aandeelhouders, die zelf vermogen voor een bepaald doel in hun vennootschap hebben bijeengebracht, kan het bestuur niet zo maar het doel wijzigen teneinde de stichting “ergens anders voor te gebruiken”. In sommige gevallen kan gezegd worden dat het tot de taak van het bestuur behoort het stichtingsdoel te wijzigen en aan te passen aan veranderde omstandigheden. Het bereiken van het doel kan echter ook tot gevolg hebben dat besloten moet worden de stichting te ontbinden. Tot de taak van de raad van toezicht behoort het goedkeuren van besluiten tot doelwijzing en ontbinding waarbij de raad toeziet op een zorgvuldige belangenafweging door het bestuur.
Sommige soorten stichtingen, zoals ANBI’s, dienen ten behoeve van de betrokken belanghebbenden (begunstigden en de financiers van de stichting), een beleidsplan op te stellen en beschikbaar te stellen via internet. De raad van toezicht van elke stichting, kan van het bestuur verlangen dat het een beleidsplan opstelt, ook als de stichting hiertoe niet verplicht is. Bovendien kan de raad van toezicht, indien bij de stichting derden zijn betrokken die bijdragen leveren aan het stichtingsvermogen, van het bestuur verlangen dat het de hoofdlijnen van het beleidsplan en de uitvoering van het beleidsplan periodiek ten behoeve van deze derden beschikbaar stelt, bijvoorbeeld via een eigen website of een nieuwsbrief aan vaste donateurs.
Het bestuur dient het stichtingsvermogen in lijn met het statutaire doel en zorgvuldig, als een goed rentmeester, te beheren en dient daarover te beschikken in overeenstemming met het stichtingsdoel. Een belangrijke taak van de raad van toezicht is er op toe te zien dat bestedingen vallen binnen het doel en te controleren of de wijze van vermogensbeheer en risicobeheersing valt binnen (de strekking van) het doel.
Het bestuur en, in het verlengde daarvan, de raad van toezicht dienen zich naar mijn mening nadrukkelijker nog dan het bestuur en de raad van commissarissen van andere (corporatieve) rechtspersonen te laten leiden door het statutaire doel. Ik meen dat het om die reden nuttig zou zijn als in de taakomschrijving van het bestuur en de raad van toezicht van de stichting in Boek 2 BW de doelgerichtheid tot uitdrukking zou komen (zie ook de aanbeveling aan het slot van dit hoofdstuk). Daarmee wordt het onderscheidende kenmerk van de stichting duidelijk(er) naar voren gebracht en wordt richting gegeven aan de taak en het handelen van het bestuur en de raad van toezicht.