Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/3.6
3.6 Beroepsbeoordeling door hoger gerecht
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS609514:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
General Comment 2007/32, onderdeel 18-24; en daarover Nowak 2005, p. 319-321; zie ook Kuijer 2004, p. 173-181.
Trechsel 2005, p. 368; zie bijv. CRM 17 oktober 2014, nr. 2069/2011 (Shikhmuradova/Turkmenistan); EHRM 25 februari 1997, nr. 22107/93 (Findlay/Verenigd Koninkrijk); EHRM 26 februari 2002, nr. 38784/97 (Morris/Verenigd Koninkrijk); Kuijer 2004, p. 247-248.
Zie CRM 24 maart 1982, nr. 64/1979 (Salgar de Montejo/Colombia).
Ik laat daar, dat sommige auteurs het idee van het bestaan van een organisatorische hiërarchie in de Nederlandse rechtspleging bestrijden, zie Stroink 1993, p. 134, voetnoot 104; Van Maarseveen 1988.
Zie Van Dijk 1983, p. 143; De Hullu 1989, p. 145; Trechsel 2005, p. 368; de Engelse tekst van de uitspraak bevat tweemaal de bewoordingen “same judge”, in die bewoordingen ook Weissbrodt 2001, p. 148.
Zie ten aanzien van artikel 14 lid 5 IVBPR de NVvR-studiecommissie intern appel 1990, in het bijzonder de daarin opgenomen notitie van A.J.M. Machielse.
Zie paragraaf 3.8e.
Zie Lippmann 1990, p. 949-950; zie naar aanleiding van de kabinetsplannen in het kader van de Herziening rechterlijke organisatie (1989) over intern appel voorts Corstens 1989, Van Slooten 1989 en De Hullu 1989, p. 211-214.
Als het mensenrecht op beroep van toepassing is, moet een veroordeling gecontroleerd kunnen worden. Die controle in beroep moet worden uitgevoerd door een higher tribunal, aldus zowel het IVBPR als het EVRM. Bij de uitleg van het algemene tribunal-begrip bewandelen het CRM en het EHRM niet verrassend een autonome weg. Hoe gerechten nationaal worden gekwalificeerd is niet van doorslaggevend belang.1 Rechtspraak over de specifieke higher tribunal-eis is zeer schaars. De eis dat een hoger gerecht het beroep beoordeelt, impliceert uiteraard dat een veroordeling niet aangetast mag worden door een niet-rechterlijke instantie.2 De uitspraak van het Comité in Salgar de Montejo/Colombia bevestigt daarnaast wat de verdragstekst eigenlijk al duidelijk maakt: wijziging van een veroordeling door exact dezelfde rechter telt niet als controle door een hoger gerecht.3
Moeilijker is de kwestie van intern appel. Moet het gerecht in beroep naast het hebben van enige controlebevoegdheid ook in organiek opzicht hoger zijn dan het gerecht dat de bestreden beslissing heeft gegeven, en hoe dan precies? Moet in de Nederlandse situatie een hof of de Hoge Raad zich over hoger beroep of cassatie buigen, of is de inschakeling van een andere rechtbank of een andere kamer van dezelfde rechtbank voldoende?4 Anders dan Van Dijk, De Hullu en Trechsel meen ik dat uit het oordeel van het CRM in de zaak Salgar de Montejo/Colombia niets over dit thema kan worden afgeleid, aangezien in die zaak de rechtsmiddelcontrole werd uitgevoerd door precies dezelfde persoon als die de bestreden uitspraak had gewezen, wat sowieso niet toelaatbaar is.5 Betoogd kan worden dat uit het woord “review” de controlebevoegdheid reeds voortvloeit, en dat het woord higher dus een zekere organisatorische hiërarchie voorschrijft.6 Voorts kan uit de hieronder te behandelen oordelen over het zogeheten supervisory protest, waarin na een veroordeling door het hooggerechtshof louter een interne bezwaarprocedure bij de president openstaat, misschien een afwijzing van intern appel worden opgemaakt, maar in deze zaken deugt veel meer niet.7 Er is dus vooral een tekstuele aanwijzing dat intern appel op zichzelf niet aan het recht op beroep, maar waar de grens precies ligt is nog onduidelijk.8 Hierna worden gemakshalve steeds de woorden ‘hoger gerecht’ gebruikt.