Verlofstelsels in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/3.9:3.9 Procedurele aspecten van beroepsbeoordeling
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/3.9
3.9 Procedurele aspecten van beroepsbeoordeling
Documentgegevens:
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS607103:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
CRM 29 maart 2000, nr. 731/1996 (Robinson/Jamaica).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast de materiële verplichtingen tot controle van een veroordeling in beroep, stelt het verdragsrecht diverse eisen aan de procedure waarbinnen die controle wordt verricht. Reeds behandeld is de eis dat de beroepsbeoordeling door een tribunal moet worden uitgevoerd. Verder besliste het CRM eens dat na afloop van de eerste aanleg, en na het instellen van beroep, relevant bewijsmateriaal niet mag worden vernietigd.1 Nadere aandacht verdienen drie bijzondere procedurele kwesties, namelijk de vraag of de bestreden uitspraak schriftelijk beschikbaar moet worden gemaakt, of een mondelinge behandeling plaats moet vinden en of de controle in beroep beperkt mag blijven tot beoordeling (naar aanleiding) van grieven. Het EHRM behandelt deze vraagstukken via de band van artikel 6 EVRM – waarover meer in hoofdstuk 4. Hieronder komt daarom vooral de jurisprudentie van het CRM over artikel 14 lid 5 IVBPR aan bod.
3.9.a Recht op stukken I3.9.b Recht op stukken II: mogelijke relativering3.9.c Mondelinge behandeling3.9.d Grieven en ambtshalve toetsing