Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/2.5:2.5 Samenvatting en conclusies
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/2.5
2.5 Samenvatting en conclusies
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS494226:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit hoofdstuk vormt het toetsingskader van onderhavige studie. Ik heb vastgesteld dat het Unierecht van hogere rechtsorde is, waaraan het nationale recht kan worden getoetst. De uitkomst zegt iets over de geldigheid van het nationale recht. Bedoelde toets heb ik hiervoor aangeduid als de verticale toets. Ik zal mij in dit onderzoek voornamelijk focussen op de verhouding tussen de Wet OB 1968 (art. 29) en de Btw-richtlijn (art. 90 en 184-186 Btw-richtlijn), met inachtneming van de rechtsbeginselen van het Unierecht. Van de verticale toets heb ik de horizontale toets onderscheiden. Deze heeft betrekking op de verhouding tussen het vigerende recht en het wenselijke recht. Daarbij is een hoofdrol weggelegd voor het rechtskarakter van de btw, dat beschrijft wie en wat de (Unie)wetgever in de heffing heeft willen betrekken (consumenten en consumptie, conform het verbruiksbeginsel) en op welke wijze (zo neutraal mogelijk, conform het neutraliteitsbeginsel). In deze studie zal ik de belangrijkste bronnen van het Unierecht en het nationale recht hieraan toetsen. Ik beperk mij daarbij tot de relevante bepalingen uit de Btw-richtlijn en de Wet OB 1968. Door het aanleggen van de horizontale toetsen kunnen conclusies worden getrokken over de kwaliteit van het recht. Het in dit onderzoek te hanteren toetsingskader laat zich als volgt illustreren:
De verticale pijl illustreert de verhouding tussen het nationale recht en het Unierecht. De horizontale / diagonale pijlen hebben betrekking op de verhouding tussen het vigerende recht en het rechtskarakter. De illustratie betreft een gesimplificeerde weergave van de illustraties die zijn opgenomen in de paragrafen over de normatieve waarde van het Unierecht (paragraaf 2.3.4) en het rechtskarakter (paragraaf 2.4.6).