Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/10.3.1.3
10.3.1.3 Umwandlungssteuer-Erlass
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS398344:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
BMF-Schreiben, 11 november 2011, BStBl. I 2011, 1314. Dit besluit zal ik in de rest van het hoofdstuk aanhalen als “UmwSt-besluit”.
Zie bijvoorbeeld, Frotscher, Umwandlungssteuererlass 2011 (Erstkommentierung), Freiburg 2012; Goebel/Ungemach, Praktiker-Kommentar Umwandlung von Unternehmen, HDS Verlag, 2014; Schneider/Ruoff/Sistermann, Umwandlungssteuer-Erlass 2011; Schulz/ Fehrenbacher, Nationaler vs europäischer Teilbetriebsbegriff, Steuerstud Nr. 7, 30 juni 2016; Graw, Der Teilbetrieb im Umwandlungssteuerrecht nach dem Umwandlungssteuer-Erlass 2011, IFSt nr. 488, Berlin, Mai 2013.
Ik weet vanuit praktijkervaring dat de Duitse Belastingdienst het besluit ziet als een totaal-omvattende uitleg van vrijwel alle reorganisatievarianten. Mocht een bepaalde casus niet in het besluit staan uitgelegd, dan is het verzoeken om een ruling (Verbindliche Auskunft, zie hoofdstuk 2.10.3) voor zover bij mij bekend de enige mogelijkheid om zekerheid vooraf over toepassing van een faciliteit te krijgen en om niet direct te hoeven af te rekenen.
Naast het mijns inziens vrij gedetailleerde UmwG en UmwStG is voor de praktijk het besluit (UmwSt-Erlass) 1van het Bundesfinanzministerium van 11 november 2011 relevant. In dit 170-pagina’s tellende besluit, dat vijf jaar na hervorming van het UmwStG verscheen, wordt iedere bepaling uit het UmwStG op detailniveau nader becommentarieerd (vanuit het standpunt van de Belastingdienst) en regelmatig toegelicht met voorbeelden. In de literatuur wordt het stuk uitermate bekritiseerd.2 Kern van de kritiek is dat het besluit zich kenmerkt door een enge uitleg en beperkingen van de wettelijke mogelijkheden (die in contrast staan met de Fusierichtlijn of ratio van de reorganisatiefaciliteiten).3