De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.7.3:5.7.3 Examens in het voortgezet onderwijs
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.7.3
5.7.3 Examens in het voortgezet onderwijs
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949387:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de vraag of deelexamens en tentamens als besluit aangemerkt moeten worden ook Vermeulen en Zoontjens 2000, p. 165.
Artikel 35 van het Eindexamenbesluit VO.
Parket bij de Hoge Raad 19 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:509, ro. 4.33.
Parket bij de Hoge Raad 19 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:509, ro. 4.35.
Artikel 48, eerste lid, van het Eindexamenbesluit VO.
Noorlander 2007.
Noorlander 2007, p. 38-39.
Engel en Van den Hove 2022, p. 16.
Zie bijvoorbeeld artikel 3.34 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het voorgaande blijkt dat de vaststelling van de uitslag van een centraal examen in het voortgezet onderwijs een besluit is in de zin van de Awb. Het is de vraag of de schoolexamens in het voortgezet onderwijs eveneens als besluit in de zin van de Awb aangemerkt moeten worden.1Duidelijk is dat het vaststellen van de uitslag van de schoolexamens rust op een publiekrechtelijke grondslag.2 Uit de hiervoor geschetste jurisprudentie blijkt dat voor de vraag of een examen ook extern rechtsgevolg heeft, en dus als besluit kan worden aangemerkt, verder van belang is: “of het cijfer van dat examen bepalend is voor de vraag of een diploma kan worden verstrekt”.3 Om deze vraag voor het schoolexamen te beantwoorden moet kort worden geschetst hoe dit examen eruitziet. Hieronder is schematisch het eindexamen in het voortgezet onderwijs weergegeven.
Uit het onderstaande schema blijkt dat het eindexamen, dat tot het diploma leidt, is opgebouwd uit verschillende vakken. Om die vakken met goed gevolg af te ronden moet de student doorgaans meerdere schoolexamens afleggen. Het schoolexamen bestaat uit verschillende onderdelen, zoals schriftelijke toetsen, werkstukken en overhoringen.4 Het gaat dan voornamelijk om toetsen die aan het eind van het voortgezet onderwijs worden afgenomen, niet elk proefwerk of overhoring in het voortgezet onderwijs maakt dan ook onderdeel uit van het schoolexamen. De uitslag van (de onderdelen van) het schoolexamen en het centraal examen vormen bij een dergelijk vak gezamenlijk de uitslag van het eindexamen voor dat vak. De verschillende uitslagen voor de verschillende vakken vormen gezamenlijk weer de einduitslag voor het gehele eindexamen.
Figuur 1. Versimpelde weergave van het eindexamen in het voortgezet onderwijs
De AG schrijft, onder verwijzing naar Noorlander, dat de vaststelling van de uitslag van het schoolexamen een besluit in de zin van de Awb is.5 Het wetsartikel waar de AG naar verwijst, betreft echter niet de uitslag van het schoolexamen, maar de vaststelling van de uitslag van het gehele eindexamen.6 Het is dan ook niet duidelijk of de uitslag van een onderdeel van het schoolexamen door de AG wordt aangemerkt als besluit of dat ze wellicht doelt op de vaststelling van het gehele schoolexamen in een bepaald vak of het eindexamen van die leerling. Noorlander geeft evenwel meer duidelijkheid.7Hij schrijft dat het vaststellen van de uitslag van de verschillende onderdelen van het schoolexamen aangemerkt zou moeten worden als besluit in de zin van de Awb.8 De vaststelling van de uitslag van een toets of werkstuk dat onderdeel uitmaakt van het schoolexamen zou dan als besluit in de zin van de Awb aangemerkt moeten worden. Het vaststellen van de uitslag van een dergelijk schoolexamenonderdeel rust op een publiekrechtelijke grondslag. Daarnaast is sprake van extern rechtsgevolg. De cijfers voor de verschillende onderdelen bepalen direct of aan de student een diploma uitgereikt kan worden. Engel en Van den Hove delen deze opvatting niet. Hoewel zij dit niet verder toelichten gaan zij ervan uit dat de vaststelling van de uitslagen van de verschillende on- derdelen van het schoolexamen geen besluiten zijn in de zin van de Awb.9
Voor zowel de uitslag van een centraal examen als de uitslag van een onderdeel van het schoolexamen geldt dat de uitslag in beperkte mate bijdraagt aan het resultaat van het eindexamen. Het eindexamen wordt immers gevormd door een groot aantal uitslagen van centraal- en (onderdelen van) schoolexamens gezamenlijk. Het belang van die verschillende uitslagen is relatief. Het is mogelijk om met een onvoldoende op een centraal- of (onderdeel van een) schoolexamen te slagen, mits de leerling dit kan compenseren met een ander examen of vak (zie uitgebreider § 6.3.6).10 De uitslag van één centraal- of (onderdeel van een) schoolexamen is dan ook niet bepalend voor het slagen of zakken van een leerling. Daaraan zijn meerdere andere cijfers voorafgegaan. Het is dan ook de vraag of een centraal- of (onderdeel van een) schoolexamen daadwerkelijk extern rechtgevolg heeft. Voor het centraal examen staat dit gezien de jurisprudentie evenwel vast. De externe werking van het centraal examen is, gezien de mogelijkheid om te slagen met onvoldoendes en het kunnen herkansen van een centraal examen, desalniettemin indirect. Dit geldt sterker voor de onderdelen van het schoolexamen. Verschillende onderdelen vormen immers gezamenlijk de uitslag van het schoolexamen van een bepaald vak. Deze uitslag vormt vervolgens gezamenlijk met het betreffende centraal examen de uitslag van het eindexamen voor dat vak. Er zijn overigens ook eindexamenvakken zonder centraal examen, waarbij de onderdelen van het schoolexamen meer bepalend zijn voor de uitslag van het eindexamen van dat vak.
Mijns inziens moet een onderdeel van schoolexamen, net als een centraal examen, aangemerkt worden als een besluit in de zin van de Awb. Duidelijk is dat beide rusten op een publiekrechtelijke grondslag. Ook zijn beide, hoewel indirect, bepalend voor de vraag of aan de leerling een diploma uitgereikt kan worden. Dit geldt ook voor het schoolexamen, aangezien het kan voorkomen dat een onvoldoende op een bepaald schoolexamen ertoe leidt dat de student niet meer kan slagen voor het eindexamen en dus geen diploma kan behalen. Dit is bijvoorbeeld het geval als de leerling het examen niet meer kan herkansen. Daarnaast heeft hij op andere examens al zodanig laag gescoord dat dit met een onvoldoende voor het betreffende onderdeel van het schoolexamen niet meer te compenseren valt met een ander (onderdeel van een) school- of centraal examen. De onvoldoende op het betreffende schoolexamenonderdeel is dan de druppel die de emmer doet overlopen. Dit maakt dat het cijfer van dat onderdeel bepalend is voor de vraag of het eindexamen met goed gevolg is afgelegd en dus of aan de student een diploma uitgereikt kan worden.