Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/6.3.2
6.3.2 Informatierechten en transparantieverplichtingen
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS971987:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ontleend aan Timmer 2017, p. 125-126.
Ontleend aan Hof Amsterdam (OK) 25 mei 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1908 (Infra+), r.o. 2.8.
Zie Hof Amsterdam (OK) 25 mei 2020, ARO 2020/114 (Wagenborg Bulk Terminal), r.o. 3.8. Vgl. Hof Amsterdam (OK) 14 december 2022, ARO 2023/3 (APM), r.o. 3.6.
Zie Baaijens 2021, p. 143 e.v., waaruit blijkt dat in 12 van de 21 bestudeerde relationship agreements afspraken zijn gemaakt over de informatievoorziening aan aandeelhouders van beursvennootschappen.
Artikel 8.6 RSA Philips.
Artikel 17.1 RSA Heineken.
Artikel 1.2 van Schedule 7 RSA ABN.
Artikel 1.4 van Schedule 7 RSA ABN.
Artikel 2:107/217 lid 2 BW, waarover uitvoerig hoofdstuk 4.
Zie hierover hoofdstuk 5.
Ik sta kort stil bij de ‘klassieke’ informatierechten en transparantieverplichtingen. Onder een informatierecht in vorenstaande zin versta ik het recht van een aandeelhouder om de vennootschap te verzoeken bepaalde informatie te verstrekken. Het initiatief ligt dan bij de aandeelhouder. In zoverre zijn dergelijke contractuele informatierechten te vergelijken met het wettelijke recht op inlichtingen, met als belangrijk onderscheid dat het contractuele recht toekomt aan een individuele aandeelhouder. Het spiegelbeeld hiervan is de transparantieverplichting, waaronder ik versta de verplichting van de vennootschap om bepaalde informatie (al dan niet periodiek) uit eigen beweging aan een of meer aandeelhouders te verstrekken. Hierbij gaat het initiatief uit van de vennootschap, bijvoorbeeld in de vorm van periodieke rapportage.
Dergelijke contractuele regelingen komen in de praktijk regelmatig voor, met name in besloten verhoudingen. Dit zijn over het algemeen overzichtelijke regelingen die worden opgenomen in aandeelhoudersovereenkomsten. Ik geef enkele voorbeelden:
“De vennootschap verstrekt elke aandeelhouder op eerste aanvraag binnen een redelijke termijn alle inlichtingen, gegevens en bescheiden, welke de aandeelhouder naar zijn of haar oordeel redelijkerwijs nodig heeft, waaronder ook begrepen stukken opgesteld door derden zoals taxatierapporten en accountantsrapporten.
De vennootschap zal, in aanvulling op haar wettelijke verplichting om jaarlijks een jaarrekening op te stellen en beschikbaar te maken voor haar aandeelhouders, periodiek de volgende rapportages voorbereiden en delen met de aandeelhouders:
maandelijks, steeds binnen 10 (tien) werkdagen na het einde van de desbetreffende maand, een maandrapportage die betrekking zal hebben op nader door de algemene vergadering aan te geven punten, maar in ieder geval een voorlopige winst- en verliesrekening van de vennoot- schap en de dochtervennootschappen bevatten; en
ieder kwartaal, steeds binnen 10 (tien) dagen na het einde van het desbetreffende kwartaal, een kwartaalrapportage, die in ieder geval zal bestaan uit de voorlopige balans, winst- en verliesrekening, liquiditeitsprognose, kasstroomoverzicht en voortschrijdende eindejaarsprognose alsmede een toelichting van het bestuur.”1
“De Managers verplichten zich hierbij jegens de Aandeelhouders om te bewerkstelligen dat de Vennootschap:
ieder kwartaal, steeds binnen 30 (dertig) dagen na het einde van het betreffende kwartaal aan de Aandeelhouders een kwartaalrapportage zal uitbrengen. Partijen zullen in goed onderling overleg nader vaststellen welke informatie in ieder geval in deze kwartaalrapportage dient te worden opgenomen;
jaarlijks binnen 120 (honderd twintig dagen) na het einde van het boekjaar een jaarrekening op te stellen en het jaarverslag over het daaraan voorafgaande boekjaar en deze van een accountantsverklaring te laten voorzien, voor zover gewenst door de Aandeelhouders;
zal voldoen aan redelijke verzoeken van een Aandeelhouder om bepaalde informatie over de Vennootschap en haar onderneming te ontvangen.”2
Het komt ook voor dat een informatierecht of transparantieverplichting niet is vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst, maar dat deze in de omgang tussen partijen ontstaat. In voorkomende gevallen kan de aandeelhouder een dergelijke aan het bestendige gebruik ontleende verplichting afdwingen langs de band van artikel 2:8 BW.3
Contractuele informatie- en transparantieverplichtingen zijn niet beperkt tot besloten verhoudingen, maar komen ook voor bij beursvennootschappen.4 Veelal zijn dergelijke regelingen echter beperkter van aard, en dienen zij met name om een (groot)aandeelhouder in staat te stellen de gegevens van de beursvennootschap mee te nemen in haar financiële verslaglegging en/of te kunnen voldoen aan overige wettelijke verplichtingen. Ik wijs ter illustratie op de volgende bepaling uit de relationship agreement betreffende Philips N.V. en Exor N.V.:
“To the extent permitted under applicable law and regulation (including the MAR), Philips shall supply Exor with all such information reasonably required by Exor:
to complete any tax return or other filing which may be required by law or regulation;
for any audit or regulatory reason; or
to meet its financial reporting requirements.”5
Er zijn ook voorbeelden te vinden van relationship agreements waarin bredere informatierechten zijn opgenomen. Ik wijs ter illustratie op de volgende bepaling uit een relationship agreement betreffende Heineken Holding en Heineken:
“Each Femsa Party, on the one hand, and Holding and HNV, on the other hand, will supply to the other such information as is reasonably required by the other for accounting, tax, disclosure or other purposes at such times as required to comply with regulatory requirements or as reasonably requested by the other (…) to be appropriate in the circumstances taking into account the purpose for which such Femsa Party or Holding or HNV requires the information. Notwithstanding the foregoing, HNV and Holding shall not be required to supply information requested by a Femsa Party that, in the reasonable opinion of Holding or HNV, as the case may be, or the reasonable opinion of their respective legal counsel, (i) qualifies as “inside information” within the meaning of the Dutch Act on Financial Supervision (“DFSA”) or (ii) the supply of which would be in breach of article 5:57 of the DFSA.”6
Een uitgebreidere regeling is te vinden in de relationship agreement tussen NLFI en ABN Amro. Daarin is onder meer het volgende neergelegd:
“AAB shall timely provide NLFI with all information requested which NLFI requires to enable it to properly fulfil its duties under the NLFI Act and exercise its Shareholder rights unless AAB has an important reason (zwaarwegend belang) not to supply such information, in which case it will notify NLFI of the reason for not providing such information. The Parties recognise the need to follow a “no surprises” policy to the effect that NLFI will not be faced with material information about AAB and its Group from third parties, such as the press, which was not provided by AAB to NLFI earlier.”7
“In any event AAB shall provide to NLFI:
once each year a budget for the following year, as soon as the relevant document is confirmed by the Supervisory Board;
once each year the strategic plan, the parts of the operational plan which relate to the risk policy, and the risk tolerance and the financing plan, as soon as these documents are approved by the Supervisory Board; and
any information regarding:
any candidate to be appointed as an Executive Director, a proposed discharge of an Executive Director or the proposed appointment the chairman of the Supervisory Board;
significant reorganisations and restructurings that will make a significant number of employees redundant;
decisions regarding investments or divestments to the value of EUR 50 million or more;
a capital decrease or an issue of new Shares;
structured finance transactions which are not in the normal course of business; and
Executive Board proposals to form reserves and distribute (interim) dividends.
After receipt by NLFI of the information referred to above, AAB will enter into a meaningful dialogue with NLFI on these topics.”8
Met dergelijke contractuele regelingen wordt tegemoetgekomen aan de behoefte van aandeelhouders om op voorspelbare en regelmatige wijze informatie te verkrijgen over de vennootschap waaraan zij kapitaal verschaffen. Naar Nederlands recht zijn zij daarvoor met name aangewezen op algemene vergaderingen, waar zij hun recht op inlichtingen kunnen uitoefenen,9 en de jaarrekening. Onder omstandigheden kunnen individuele aandeelhouders ook buiten vergadering een informatierecht ontlenen aan artikel 2:8 BW, maar de toepassing van deze open norm brengt inherent onzekerheid met zich.10 Met een contractuele regeling voor informatierechten en transparantieverplichtingen wordt deze onzekerheid in belangrijke mate weggenomen.