De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht
Einde inhoudsopgave
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/5.2.1:5.2.1 Inleiding
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/5.2.1
5.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
M. Snippe, datum 20-10-2018
- Datum
20-10-2018
- Auteur
M. Snippe
- JCDI
JCDI:ADS376472:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. 3, p. 46. ‘(…) kortom in iedere fase van het bestuurlijk proces, kan de bijstand door een deskundige of de inschakeling van een vertegenwoordiger noodzakelijk blijken.’
HR 29 september 2009, LJN:BJ8881.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het toezicht op naleving gaat het in beginsel om de verantwoordingsplichtige voor wat betreft het naleven van een bepaalde norm. Hij is de normadressaat en hij heeft een medewerkingsplicht. Dat betekent echter nog niet dat de toezichthouder een individuele burger altijd kan vorderen om te verschijnen. Een verschijningsplicht druist namelijk – in beginsel – in tegen de rechten en vrijheden van de individuele burger: het is een inbreuk op zijn bewegingsvrijheid.1 En daarnaast biedt de Awb de mogelijkheid tot bijstand en vertegenwoordiging in het verkeer tussen burgers en bestuursorganen (art. 2:1 Awb). Dit geldt voor alle contacten waar geen rechter aan te pas komt (‘buiten rechte’).2 Voor het ‘in rechte’ vertegenwoordigen gelden in het bestuursrecht overigens eigen wettelijke bepalingen.3 Deze laatste vallen buiten het kader van deze studie.
Van een vergezelplicht is sprake bij het verplicht verschijnen samen met een vertegenwoordiger. Uitsluiting van vertegenwoordiging is alleen mogelijk als ‘er ernstige bezwaren’ bestaan tegen de persoon (art. 2:2 lid 1 Awb). Het verlenen van bijstand gaat – in beginsel – uit van onverkorte nakoming van de medewerkings verplichting maar met ondersteuning door een derde. De Awb geldt voor de contacten met bestuursorganen in het algemeen.
In het fiscale verkeer zijn de bepalingen van bijstand en vertegenwoordiging in beginsel onverkort van toepassing. De inspecteur kan een persoon echter wel oproepen voor het mondeling verstrekken van gegevens en inlichtingen (art. 49 AWR juncto art. 47 AWR). Ook die persoon kan zich laten vertegenwoordigen (art. 41 AWR). De inspecteur kan dan echter vorderen dat de opgeroepen persoon de vertegenwoordiger vergezelt: de zogenaamde vergezel- of verschijningsplicht (art. 41 AWR). Voor het nakomen van de verplichting, in casu het mondeling verstrekken van de gegevens en inlichtingen, kan uitsluiting plaatsvinden van de vertegenwoordiging indien daar redenen voor zijn en de betreffende persoon daartoe zelf in staat is (art. 45 AWR). Er is dan sprake van een eigen nakomingsplicht.
Kortom, de fiscale verschijnings- en nakomingsplicht onderscheidt zich van die in de Awb. De uitsluitingsgrond van personen (ex art. 2.2. lid 1 Awb) tegen wie ernstige bezwaren bestaan, is in het fiscale verkeer wel onverkort van kracht (art. 45 AWR). In par. 5.2.2 behandel ik de conceptuele verschillen waarin reikwijdte van vertegenwoording naar voren komt. Vervolgens behandel ik in par. 5.2.3 de verschillen op functionaliteit in relatie tot het delen van verkregen gegevens en inlichtingen tussen de inspecteur en de toezichthouder. In de slotparagraaf geef ik kort de conclusies van beide analyses weer (par. 5.2.4).