Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/3.1
3.1 Inleiding
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111472:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
‘Vrouwen aan de top’, Het Financieele Dagblad 10 augustus 2018, p. 17; ‘Vrouwen staan in de wetenschap nog steeds op grote achterstand’, Het Financieele Dagblad 25 mei 2018; ‘Koolmees: pensioenbestuur telt te veel mannen en ouderen’, Het Financieele Dagblad, 12 juni 2018; ‘Het kan ook zonder vrouwenquotum’, Het Financieele Dagblad 13 mei 2018; ‘Commissie: quotum nodig voor meer topvrouwen’, NRC Handelsblad 6 maart 2018; ‘Meer vrouwen aan de top: dan maar de botte bijl?’, Het Financieele Dagblad 9 maart 2018; ‘Quotum is een paardenmiddel’, NRC Handelsblad 16 november 2015; ‘Quotum vrouwen in de top bij lange na niet gehaald’, NRC Handelsblad 4 september 2015; ‘Noem het een quotum, en er is al snel gedoe’, NRC Handelsblad 17 oktober 2015; ‘Vrouwenquotum brengt voor bedrijven geen winst’, NRC Handelsblad 25 mei 2013; ‘KPN wil opnieuw vrouwenquotum voor topfuncties’, NRC Handelsblad 21 juni 2018.
Lückerath-Rovers 2018.
Andere voorbeelden van mogelijke oorzaken zijn bijvoorbeeld dat vrouwen vaker parttime werken, de hoge kosten van kinderopvang, het glazen plafond of doordat volgens sommigen ‘vrouwen elkaar niets gunnen’ (Queen Bee Syndrome). Ik laat de waarheid van deze ‘argumenten’ hier in het midden. Zie bijvoorbeeld over parttime werken: B. Baarsma, ‘Niet quota maar voltijdbaan verhoogt voor vrouwen kans op (sub)topbaan’, Het Financieele Dagblad 12 augustus 2018, p. 9 (Opinie). Zie anders: W. Bratby, E. Doets, ‘Meer voltijdsbanen zullen het glazen plafond niet doorbreken’, Het Financieele Dagblad 23 augustus 2018, p. 9. Vrouwen in Nederland werken gemiddeld 27 uur per week, mannen gemiddeld 37 uur. Het West-Europese gemiddelde voor vrouwen is 31 uur per week, zie: McKinsey 2018, p. 10. Zie over kosten van kinderopvang: McKinsey 2018, p. 17. Zie over het glazen plafond: Barreto, Ryan & Schmitt 2009. Zie over de Queen Bee: ‘Vrouwen aan de top – pas op voor de queen bee’ NRC Handelsblad 21 mei 2016; Derks 2016.; Derks & Ellemers 2017, p. 43 e.v. Zie voorts: ‘Een vrouw doet het niet snel goed’, NRC.nl, 30 juni 2018; Panteia 2017, p. 18.
Zie over de implicit/explicit discussie: Frankish 2016, p. 23-46.
Zie over de positie van vrouwen onder andere: The Global Gender Gap Report 2018, p. 13 (Table 4); Lückerath-Rovers 2018; McKinsey 2018.
Genderdiversiteit is een hot topic. Niet alleen internationaal, maar ook nationaal is meer aandacht voor genderdiversiteit in de top.1 Feit is dat er nog steeds minder vrouwen dan mannen zijn in de top van het Nederlandse bedrijfsleven en dat dit leidt tot de nodige discussie.2 In dit hoofdstuk onderzoek ik het bredere wetenschappelijke kader rondom de onevenwichtige zetelverdeling. Ik beantwoord in dit hoofdstuk de vraag of impliciete gender biases bijdragen aan de onevenwichtige zetelverdeling van mannen en vrouwen in de top van het Nederlandse bedrijfsleven, ten nadele van vrouwen. Ik erken dat meer mogelijke oorzaken voor de achterstand zijn aan te wijzen.3 Hier ga ik in dit hoofdstuk echter niet nader op in.
Mijn onderzoek is gebaseerd op drie pijlers: (I) onderzoeken naar implicit (gender) bias; (II) onderzoeken naar gelijkheid van mannen en vrouwen; en (III) mijn eigen empirisch onderzoek.
Ik ga eerst in op de recente cijfers: hoe staat het ervoor in de wereld en meer specifiek in Nederland (par. 3.2)? Vervolgens onderzoek ik wat de invloed is van genderdiversiteit op het functioneren van de vennootschap vanuit economisch perspectief (par. 3.3.1), functioneel perspectief (par. 3.3.2) en sociaal rechtvaardigheidsperspectief (par. 3.3.3). Ik trek daarna een conclusie voor wat betreft de betekenis van genderdiversiteit in de top voor vennootschapen (par. 3.3.4). Voorts ga ik in op de invloed van implicit bias op een evenwichtige zetelverdeling (par. 3.4) en doe ik enkele voorstellen om te komen tot een meer evenwichtige zetelverdeling in de top (par. 3.5). In par. 3.6 kom ik tot een bevestigend antwoord op mijn onderzoeksvraag. Het gaat er niet om dat ‘mannen’ dingen ‘fout’ doen, waardoor vrouwen ‘bewust’ achtergesteld worden. Het gaat om verborgen impliciete biases in ons denken, die zorgen voor het in stand houden van genderongelijkheid.4 Zolang implicit gender bias grotendeels verborgen blijft, zal de genderongelijkheid weinig tot niet veranderen.5
Ik beperk mij in dit hoofdstuk tot genderdiversiteit, maar ben mij terdege ervan bewust dat op het gebied van brede diversiteit – ras, etniciteit, seksuele geaardheid, cultuur, handicap – eveneens ongelijkheid bestaat. Vrouwen vormen het merendeel van de maatschappij. Het is daarom logisch te verwachten dat deze verdeling ook tot uiting komt/zou komen in alle lagen van het werkveld. Door te beginnen met gelijkheid op het gebied van genderdiversiteit, wordt een omgeving gecreëerd waarin daarnaast meer ruimte is voor andere vormen van diversiteit. Voorts realiseer ik mij dat ‘mannen’ en ‘vrouwen’ niet in hokjes te plaatsen zijn en dat het genderpalet bovendien uit meer bestaat dan ‘mannen’ en ‘vrouwen’. Ik beperk mij toch tot deze tweedeling, gelet op het feit dat het merendeel van de onderzoeken die ik aanhaal zich hiertoe beperkt.
Inclusie is een begrip dat regelmatig in plaats van of in samenhang met diversiteit gebruikt wordt. Diversiteit gaat daarbij over de verschillen tussen personen, bijvoorbeeld genderverschillen. Inclusie gaat vervolgens over het gedrag, de waarden en de spelregels om uiteindelijk ervoor te zorgen dat iedereen daadwerkelijk wordt betrokken en opgenomen in ‘de groep’. In dit hoofdstuk hanteer ik de term diversiteit.