Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke zorgplicht van de beleggingsdienstverlener (O&R nr. 101) 2017/2.5.3
2.5.3 De contractuele waarschuwingsplicht
I.P.M.J. Janssen, datum 01-03-2017
- Datum
01-03-2017
- Auteur
I.P.M.J. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS370280:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een afbakening tussen de informatieplicht en waarschuwingsplicht paragraaf 2.4.3. Met uitzondering van de situatie waarin de precontractuele passendheidstoets pas in de contractuele fase wordt uitgevoerd doordat vroegtijdig een raamcontract wordt opgesteld. In dat geval kan een eventuele waarschuwing natuurlijk ook pas in de contractuele fase volgen. De verplichting is echter precontractueel.
Zie voor een toelichting op deze mogelijkheid voetnoot 439.
Uit de bespreking van de precontractuele waarschuwingsplicht blijkt dat een waarschuwingsplicht slechts kan volgen op de passendheidstoets.1 Uit paragraaf 2.5.2 blijkt dat het niet waarschijnlijk is dat er contractuele verplichtingen uit de passendheidstoets voortvloeien. Dat heeft ten gevolge dat ook geen contractuele waarschuwingsplicht op de beleggingsdienstverlener kan rusten ten aanzien van de niet-professionele cliënt, tenzij de kennis en ervaring van de niet-particuliere niet-professionele cliënt wijzigt.2
2.5.3.1 Wijzigingen MiFID II van de waarschuwingsplicht