Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.5.6.6
5.5.6.6 Hoofdelijkheid
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186844:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
TM, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 95, Asser/Sieburgh 6-I 2016/100, HR 28 juni 2002, NJ 2002/447 (Akzo/ING), r.o. 3.5.4, HR 3 april 2015, JOR 2015/191 (Eikendal q.q./Lentink), r.o. 3.6.2, HR 20 maart 2015, JOR 2015/140 (Nationalisatie SNS), r.o. 4.34.4 en Van Boom 2016, p. 59.
Zie ook par. 2.2.3, over de afzonderlijke vermindering bij de verschillende verhaalsrechten die verbonden kunnen zijn aan een legaat.
HR 20 maart 2015, JOR 2015/140 (Nationalisatie SNS), r.o. 4.34.4. Zie ook Asser/De Serrière 2-IV 2018/370 en par. 2.2.3.
HR 20 maart 2015, JOR 2015/140 (Nationalisatie SNS), r.o. 4.34.4.
Zie art. 7:852 BW.
279. Uit de kwalificatie van de eigenlijke achterstelling als wijziging van het verhaalsrecht volgt ook hoe de eigenlijke achterstelling zich gedraagt als een hoofdelijke vordering wordt achtergesteld. Als er meerdere schuldenaren voor dezelfde vordering zijn verbonden ontstaat de vraag of een eigenlijke achterstelling dan de relatie tot beide schuldenaren betreft.
Als meerdere schuldenaren hoofdelijk zijn verbonden voor dezelfde prestatie bestaat er niet één vorderingsrecht met meerdere schuldenaren, maar er bestaan evenveel vorderingsrechten als schuldenaren.1 Aan ieder vorderingsrecht is een apart verhaalsrecht verbonden.2 Die verhaalsrechten kunnen afzonderlijk worden gewijzigd.3 Een eigenlijke achterstelling geldt dus alleen voor het verhaalsrecht ten aanzien waarvan de achterstelling overeen is gekomen, of wettelijk bepaald.4 Welke dat is of zijn moet worden bepaald door uitleg van de overeenkomst van achterstelling. Als de achterstelling wordt gestoeld op artikel 3:277 lid 2 BW moet dus worden aangetoond dat de tweede schuldenaar ook met die achterstelling heeft ingestemd.5
Dit geldt ook bij borgtocht. Een borg kan zich weliswaar beroepen op verweren van de hoofdschuldenaar die het bestaan, de inhoud of het tijdstip van nakoming van de vordering jegens de hoofdschuldenaar betreffen, maar een eigenlijke achterstelling valt daar niet onder.6 De eigenlijke achterstelling is namelijk geen verweermiddel van de schuldenaar, maar regelt de onderlinge verhouding tussen de schuldeisers.7