Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/11.2
11.2 Misbruik van vennootschappen
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS386329:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Doorenbos 2010, onder 6.1.
Kamerstukken II 1983/84, 16 631, nr. 6 (MvA), p. 32-33.
Zie ook: Van Schilfgaarde 1986, p. 2.
Kamerstukken II 1983/84, 16 631, nr. 6 (MvA), p. 32-33.
Kamerstukken II 2001/02, 28 217, nr. 3 (MvT), p. 8.
Kamerstukken II 2008/09, 31 948, nr. 3 (MvT), p. 2.
Kamerstukken II 2008/09, 31 948, nr. 3 (Mvt), p. 17.
Kamerstukken II 2009/10, 31 948, nr. 6 (MvA), p. 9.
Asser & Maeijer 2-III 1994, nr. 14.
Van Schilfgaarde e.a. 2013, p. 43.
Doorenbos 2010, onder 6.1.
Kamerstukken II 2008/09, 31 948, nr. 3 (MvT), p. 2 en 17.
Van Schilfgaarde 1986, p. 2.
Het fenomeen misbruik van vennootschappen is tot op heden niet gecodificeerd. In artikel 2 lid 1 Wet op controle rechtspersonen (hierna: Wcr) wordt slechts een voorbeeld gegeven van misbruik van vennootschappen:
‘Onze Minister controleert rechtspersonen met het oog op de voorkoming en bestrijding van misbruik van rechtspersonen, waaronder het plegen van misdrijven en overtredingen van financieel-economische aard door of door middel van deze rechtspersonen.’
Doordat de wetgever in artikel 2 lid 1 Wcr ook bepaalde overtredingen bestempelt als misbruik van vennootschappen, wordt hierbij – in tegenstelling tot hetgeen het begrip misbruik wellicht doet vermoeden – niet steeds vereist dat het om opzettelijk of culpoos handelen gaat.1
Naast dit voorbeeld van misbruik ontbreekt een verdere wettelijke omschrijving van het begrip. In de parlementaire geschiedenis is daarentegen wel vaker gepoogd het begrip te definiëren: onder misbruik van vennootschappen dient niet slechts te worden verstaan het ‘gebruik van de rechtspersoon voor ongeoorloofde doelen, alsmede het regelmatig handelingen verrichten door de leiding ten nadele van crediteuren in eigen persoonlijk voordeel of in het voordeel van derden,’ 2 maar ook het ‘roekeloos omspringen met de belangen van crediteuren, zonder dat het oogmerk om persoonlijk voordeel te verwerven aanwezig hoeft te zijn’.3 Het oogmerk van eigen persoonlijk voordeel van bestuurders of voordeel van derden is volgens Van Schilfgaarde geen wezenlijk element van de gedragingen waartegen de wettelijke maatregelen ter bestrijding van misbruik zich dienen te richten, ondanks dat dit voordeel veelal aanwezig zal zijn.4
In latere Kamerstukken – met name in de memorie van toelichting bij de Wet documentatie vennootschappen – wordt gesteld dat onder misbruik van vennootschappen dient te worden verstaan ‘dat vennootschappen worden gebruikt voor ongeoorloofde doeleinden of benadeling van crediteuren. Tevens omvat de term misbruik het plegen van misdrijven en overtredingen van financieel-economische aard door of door middel van een vennootschap. Het gaat dan om strafbare feiten die direct gerelateerd zijn aan de activiteiten van de vennootschap in kwestie.’5
Een gelijksoortige omschrijving treft men aan in de memorie van toelichting bij de Wet ongeoorloofde doeleinden:
‘Onder misbruik van rechtspersonen dient te worden verstaan: het gebruik van een rechtspersoon voor ongeoorloofde doeleinden. Hieronder worden in ieder geval misdrijven en overtredingen van financieel-economische aard door of door middel van een rechtspersoon begrepen, waaronder het gebruik van een rechtspersoon met het oog op het benadelen van zijn schuldeisers en financiering van terroristische organisaties en witwaspraktijken’.6
Even verderop wordt in dezelfde memorie van toelichting ook het gebruik van een rechtspersoon met het oog op faillissementsfraude onder misbruik van vennootschappen geschaard.7 In de nota bij laatstgenoemde wet wordt weer een andere omschrijving gegeven van misbruik: ‘het ontwijken van persoonlijke aansprakelijkheid door natuurlijke personen door zich te verschuilen achter een rechtspersoon’.8
Maeijer omschrijft het begrip als volgt: ‘niet alleen het duidelijke geval dat de vennootschap ten nadele van de crediteuren wordt gebruikt voor ongeoorloofde doeleinden of ter verkrijging van persoonlijk voordeel, maar ook de situatie dat handelingen worden gepleegd niet gericht op persoonlijk voordeel maar wel met de opzet of in de wetenschap (voorwaardelijke opzet) dat crediteuren worden benadeeld.’9
Van Schilfgaarde is van mening dat men vooral zal spreken van misbruik van vennootschappen ‘wanneer de vennootschap wordt gebruikt voor ongeoorloofde doeleinden of met de opzet om ten nadele van de crediteuren persoonlijk voordeel te verwerven.’ 10
Met Doorenbos ben ik van mening dat het, gelet op het feit dat het verschijnsel misbruik van vennootschappen in de rechtsleer en de jurisprudentie nog in ontwikkeling verkeert, te vroeg is voor de wetgever zich aan bepaalde definities te wagen.11
Misbruik van vennootschappen kan op verschillende wijzen plaatsvinden. De rechtspersoonlijkheid van vennootschappen kan worden misbruikt met het oogmerk de schuldeisers van de vennootschap te benadelen. Vennootschappen kunnen worden gebruikt teneinde terroristische organisaties te financieren. Misbruik van vennootschappen komt voor in witwaspraktijken, maar ook in de vorm van faillissementsfraude of belastingontduiking. Voorgaande verschijningsvormen van misbruik kunnen worden bestempeld als misdrijven en overtredingen van financieel-economische aard door of door middel van een vennootschap.12 Misbruik van een andere aard is ook mogelijk, men denke aan het ontduiken van medezeggenschapsregelingen, het houden van inzamelingen voor een doel dat niet legitiem is en het verrichten van werkzaamheden strijdig met de openbare orde, de goede zeden of hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt betaamd.13