Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/6.2.2
6.2.2 Reliance bij aansprakelijkheid op grond van Securities Act 1933
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655718:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Ik wijs erop dat Steinberg en Kirby in de rechtspraak een ontwikkeling signaleren die erop neerkomt dat in Section 11 gaandeweg een reliance-eis dreigt te sluipen. Zie Steinberg & Kirby 2010, p. 12-26.
Volledigheidshalve wijs ik erop dat Section 12(a)(2) strikt genomen niet alleen aansprakelijkheid vestigt wanneer bij het aanbieden en/of verkopen van effecten gebruik wordt gemaakt van een misleidend prospectus, maar ook wanneer andersoortige (mondelinge of schriftelijke) mededelingen worden gedaan die misleidende informatie bevatten.
Voor aansprakelijkheid op grond van Section 11 Securities Act (de aansprakelijkheid voor een misleidend registration statement) is in beginsel geen reliance vereist (zie § 3.4.3.3).1 Dit is alleen anders wanneer de vennootschap een zogenoemde ‘earnings statement’ algemeen verkrijgbaar heeft gesteld die een periode beslaat van ten minste twaalf maanden gemeten vanaf de datum dat het registration statement van kracht is. In dat geval is wel (bewijs van) reliance vereist en moet de belegger aantonen dat hij op het misleidende registration statement is afgegaan en zijn beleggingsbeslissing hierdoor is beïnvloed. Niet vereist is echter dat de belegger aantoont dat hij direct op de misleidende registration statement is afgegaan, in de zin dat hij het zelf heeft gelezen (‘eyeball reliance’). Kan de belegger aannemelijk maken dat hij indirect op het registration statement is afgegaan (zijn adviseur heeft het bijvoorbeeld voor hem bestudeerd), dan is dat in beginsel voldoende voor het aannemen van reliance. Verder geldt dat wanneer de gedaagde kan aantonen dat de eisende belegger op het moment van zijn aankoop met de misleiding bekend was, zij jegens die belegger niet aansprakelijk is. Aangezien de beleggingsbeslissing van deze belegger niet door de misleidende informatie kan zijn beïnvloed, kan men dit laatste als een reliance-verweer beschouwen.
Bij aansprakelijkheid op grond van Section 12(a)(1) Securities Act (de aansprakelijkheid wegens het niet naleven van Section 5 Securities Act) speelt het reliance-vereiste in principe geen enkele rol. Bij deze aansprakelijkheidsgrondslag is de normschending immers niet gelegen in het verspreiden van misleidende informatie, maar in het overtreden van de prospectusvoorschriften van de Securities Act. De vraag of de benadeelde belegger al dan niet op de misleidende informatie heeft vertrouwd, speelt dan dus niet.
Ook voor aansprakelijkheid op grond van Section 12(a)(2) Securities Act (de aansprakelijkheid wegens het aanbieden en/of verkopen van effecten met behulp van een misleidend prospectus)2 is in beginsel geen reliance vereist (zie § 3.4.4.1). Kan de gedaagde echter aantonen dat de eisende belegger op het moment van zijn aankoop met de misleidende informatie bekend was, dan wordt zijn vordering afgewezen. Hierin zou men een reliance-verweer kunnen lezen.