De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.7.2.4:4.7.2.4 Het land waar het ongeval plaatsvindt
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.7.2.4
4.7.2.4 Het land waar het ongeval plaatsvindt
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS399511:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In beginsel geldt ook voor de plaats waar het ongeval zich voordoet dat het moet gaan om de lidstaten van de EER. Zie art. 20 lid 1, eerste alinea van de Richtlijn.
Onder een aantal voorwaarden echter kunnen inwoners van een lidstaat die slachtoffer worden van ongevallen in een derde land zich toch tot de schaderegelaar wenden. Zie art. 20 lid 1, tweede alinea. Het land van het ongeval moet wel zijn aangesloten bij het groenekaartstelsel en het aansprakelijke voertuig moet zowel gewoonlijk gestald als verzekerd zijn in een lidstaat, en wel een andere dan die van de woonplaats van de benadeelde. Zie voor deze laatste twee voorwaarden hierna de paragrafen 4.7.2.5 en 4.7.2.6.
Ook in dit verband worden voertuigen uit de in het kader van art. 8 lid 1 met de lidstaten gelijk gestelde landen Andorra, Kroatië en Zwitserland, niet met de lidstaten gelijk gesteld. Dit betekent dat ook een inwoner van een lidstaat die schade lijdt in een van deze drie landen zich in beginsel niet tot een schaderegelaar kan wenden, tenzij ook is voldaan aan de in de paragrafen 4.7.2.5 en 4.7.2.6 te bespreken voorwaarden. Zie verder paragraaf 4.7.2.7.