Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.2.5.4.1:4.2.5.4.1 Oplevering
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.2.5.4.1
4.2.5.4.1 Oplevering
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291425:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
D.B. Bijl, Onroerend goed omzetbelasting en overdrachtsbelasting, Deventer: Kluwer 1998, p. 17.
D.B. Bijl, Onroerend goed omzetbelasting en overdrachtsbelasting, Deventer: Kluwer 1998, p. 17.
TC 22 december 1964, nr. 9549 O, BNB 1965/113.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het verschil tussen een levering als bedoeld in art. 3 lid 1, onderdeel a Wet OB en een oplevering van onroerend goed als bedoeld in art. 3 lid 1, onderdeel c Wet OB is gelegen in het object van de prestatie. Bij de overdacht van de macht om als een eigenaar over een onroerend goed te beschikken is het onroerend goed het object van de prestatie. Bij de oplevering als bedoeld in art. 3 lid 1, onderdeel c Wet OB wordt het object van de prestatie gevormd door de (aannemings)werkzaamheden van de opdrachtnemer die bestaan in het vervaardigen van een onroerend goed. Essentieel voor de oplevering is dat de opdrachtgever het onroerend goed, de grond of een bestaand gebouw, waaraan de werkzaamheden plaatsvinden ter beschikking stelt aan de opdrachtnemer. De eigendom van het onroerend goed waaraan de werkzaamheden zullen plaatsvinden moet daarom in handen zijn van een ander dan de opdrachtnemer.1 Dit kan de eigenaar van het onroerend goed zijn, maar dat hoeft niet. Ook bij een terbeschikkingstelling van de grond door een beperkt gerechtigde, zoals een erfpachter of opstaller, of een huurder kan sprake zijn van een oplevering.2 Voor deze uitleg van het begrip ‘oplevering’ is steun te vinden in de opvattingen van A-G Jacobs en A-G Mengozzi (zie paragraaf 4.2.5.3). De oplevering vindt plaats op het moment dat de feitelijk macht over het onroerend goed wordt overgedragen aan de opdrachtgever.3