Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/IV.3.2
IV.3.2 De totstandkoming van de overeenkomst
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242863:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Aldus ook onder anderen Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/171; Lokin 2018, p. 420-426; Van Schilfgaarde/Winter, Wezeman & Schoonbrood 2017, p. 194; en Verburg 2015, p. 27. In andere zin: Huizink 1989, p. 8 e.v. Huizink meent dat door de aanvaarding van de benoeming slechts een functionele band bestaat. In de praktijk zal over de inhoud van de overeenkomst al voorafgaand aan het benoemingsbesluit worden onderhandeld door de vennootschap en de beoogd bestuurder. Verburg merkt op dat de vennootschap normaliter pas overgaat tot benoeming op het moment dat de onderhandelingen over het contract zijn afgerond. Zie Verburg 2015, p. 27. Zie in dezelfde zin Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/171; Bennaars 2015, p. 138; en Lokin, p. 437-439.
In de literatuur bestond hier discussie over. Zie over deze discussie uitgebreid Bulten 2014, p. 104-105; en Lokin 2018, p. 427-428. Thans is het communis opinio dat art. 2:135 lid 4 BW en art. 2:245 lid 1 BW als vertegenwoordigingsbepalingen moeten worden beschouwd. Zie onder anderen Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/198; Bennaars 2015, p. 139-140; Bulten 2014, p. 105-106; Lennarts, T&C Ondernemingsrecht,art. 2:135 BW, aant. 7 en art. 2:245 BW, aant. 2; Lokin 2018, p. 429; Meijer-Wagenaar, TvOB 2014, afl. 4, p. 118-119; Van Schilfgaarde/Winter, Wezeman & Schoonbrood 2017, p. 196; en Verburg 2015, p. 70-71.
In gelijke zin onder anderen Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/25; Bulten 2014, p. 103; Lokin 2018, p. 420; en Verburg 2015, p. 26.
Bulten 2014, p. 107. Zie in deze zin ook Verburg 2015, p. 71.
Evenzo Lokin 2018, p. 434-435. Hetzelfde geldt voor de afspraken die niet op de benoeming of de bezoldiging zien.
Idem Lokin 2018, p. 435.
Zie art. 2:130/240 lid 1 BW.
Verburg 2015, p. 27.
Zie § IV.2.1.2.
Zie hierna in § IV.3.4.1.
Lokin 2018, p. 455.
Evenzo Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/25; en Bennaars 2015, p. 140. Anders: Lokin 2018, p 455-456. Lokin beschouwt het ondertekenen van de overeenkomst als het uitvoering geven aan het bezoldigingsbesluit. Hij meent om die reden dat het tot vaststelling van de bezoldiging bevoegde orgaan bevoegd is de afspraken nader uit te werken in de overeenkomst en deze te ondertekenen. Zie in gelijke zin Bulten 2014, p. 107; en Verburg 2015, p. 71.
Zie in deze zin ook Rb. Rotterdam 27 juli 2011, JOR 2011/359 m.nt. Verburg (SBM Offshore). De overeenkomst kan tevens worden ondertekend door een bestuurder, omdat individuele bestuurders in beginsel onbeperkt en onvoorwaardelijk vertegenwoordigingsbevoegd zijn, zie art. 2:130/240 lid 2 en 3 BW.
Idem Bennaars 2015, p. 140.
De vennootschapsrechtelijke band ontstaat door aanvaarding van de benoeming tot niet-uitvoerend bestuurder. In de regel ziet de aanvaarding echter niet alleen op de benoeming, maar tevens op de afspraken in het kader van de contractuele band.1 Maar wie is nu eigenlijk bevoegd de overeenkomst met de niet-uitvoerende bestuurder namens de vennootschap te tekenen? Is dat het orgaan dat bevoegd is de niet-uitvoerende bestuurder te benoemen? Of is een ander orgaan daartoe bevoegd?
Het lastige is dat de overeenkomst zowel bepalingen bevat die betrekking hebben op de benoeming als bepalingen die betrekking hebben op de bezoldiging. Daarnaast bevat de overeenkomst ook nog bepalingen die niet direct op de benoeming of de bezoldiging van de niet-uitvoerende bestuurder zien, zoals een concurrentiebeding.
Het bezoldigingsbesluit betreft een besluit met direct externe werking.2 Dit betekent dat het besluit heeft te gelden als een rechtshandeling van de vennootschap gericht tot de bestuurder. Degene die de bezoldiging vaststelt, bindt de vennootschap dus direct.3 Volgens Bulten vormt de bezoldiging een zo belangrijk onderdeel van de overeenkomst, dat de bepaler van de bezoldiging ten aanzien van de gehele overeenkomst vertegenwoordigingsbevoegd is.4 Het argument van Bulten overtuigt mij niet. Zoals gezegd, bevat de overeenkomst niet alleen afspraken over de bezoldiging, maar ook afspraken die nauw samenhangen met de benoeming tot niet-uitvoerend bestuurder. Te denken valt bijvoorbeeld aan de ingangsdatum en de duur van de overeenkomst. Deze bepalingen vallen mijns inziens niet onder de vertegenwoordigingsbevoegdheid van degene die de bezoldiging vaststelt.5 Omdat het benoemingsbesluit tevens direct externe werking heeft, valt te bepleiten dat het tot benoeming bevoegde orgaan exclusief bevoegd is de vennootschap aan de afspraken die nauw samenhangen met de benoeming te binden.6 Tot slot bevat de overeenkomst afspraken die niet direct op de benoeming of de bezoldiging zien. Volgens mij is het bestuur bevoegd de vennootschap aan deze afspraken te binden.7 Aangezien meerdere organen betrokken zijn, wijst Verburg er terecht op dat “men de besluitvorming en het maken van de contractuele afspraken goed op elkaar afgestemd [dient, NK] te houden.”8
In de regel is de algemene vergadering bevoegd de niet-uitvoerende bestuurder te benoemen.9 Ook het vaststellen van de bezoldiging van de niet-uitvoerende bestuurder ligt in beginsel op haar bordje.10 De afspraken die hierover worden gemaakt, worden nader uitgewerkt in de overeenkomst. In navolging van Lokin ben ik van mening dat het aangaan van deze overeenkomst als een aparte vertegenwoordigingshandeling geldt.11 Hierbij gelden mijns inziens dan ook de gewone vertegenwoordigingsregels.12 Dit betekent dat de overeenkomst moet worden aangegaan door het bestuur, aangezien het bestuur op grond van het eerste lid van art. 2:130/240 BW vertegenwoordigingsbevoegd is.13 Daarbij moet worden aangetekend dat het bestuur weinig speelruimte heeft. Het bestuur is weliswaar bevoegd de overeenkomst te ondertekenen, maar de inhoud van de overeenkomst is al grotendeels bepaald door het tot benoeming en het tot vaststelling van de bezoldiging bevoegde orgaan.14